Algemeen

Jan van Olffen speelde 3.400 keer in Soldaat van Oranje: “Muziek brengt je op plekken waar woorden niet kunnen komen”

Door: Radboud Droog

NIEUW-VENNEP - Het begon een halve eeuw geleden. Met een bas met één snaar. Maar hij ontwikkelde zich tot een veelzijdig en veelgevraagd bassist. Liefst 3.400 keer speelde hij in de musical Soldaat van Oranje. Jan van Olffen over de magie van muziek: “Muziek brengt je op plekken waar woorden niet kunnen komen.”

Afbeelding
Foto aangeleverd

Jan van Olffen (60) is opgegroeid in de Leeuwarder wijk Aldlân, als zoon van het roemruchte raadslid met dezelfde naam. “Mijn vader was streng doch rechtvaardig. Ik heb eigenlijk altijd alle ruimte gehad om te doen wat ik wilde. Als ik daar dan ook maar voor ging.” Dat deed zijn vader ook, in de politiek. Hij was zeer betrokken bij arbeidersmensen en vocht voor hun belangen. “Een straatvechter”, zegt Jan, “hij kwam met voorkeursstemmen in de raad.”

Zijn moeder was en is het anker in de familie: ”De stille kracht achter mijn vader.” Hij glimlacht van oor tot oor als hij zijn ouders tekent: “Mijn vader maakt het meeste lawaai, maar mijn moeder kan met één of twee woorden alles weer in het gareel brengen. Zij is de spil waar alles om draait. Een hele lieve moeder.”

TROTS OP OUDERS

En waar hij heel trots op is: “Mijn ouders hebben via Jeugdzorg altijd kinderen in huis genomen. Pubers waar wat mee aan de hand was. Dat hebben ze heel lang gedaan. Daar ben ik enorm trots op.”

“Op de mavo, de Wopke Eekhofschool, zat een jongen en die had een drumstel. Daar gingen we op vrijdag of zaterdagmiddag wel eens herrie trappen. Een andere jongen had een gitaar gemaakt en een bas. Met één snaar. Dus ik ging bassen, aanvankelijk op één snaar. Toen was ik twaalf. De vader van die jongen had een ruimte en die mochten wij gebruiken als oefenhok. Voor ons natuurlijk een geweldige luxe.”

Van het geld dat hij met een krantenwijk verdiende, kocht hij zijn eerste basgitaar. Frans Span gaf hem les. Toen hij zestien was speelde hij in zes bands tegelijk. Nee, de namen van die bands weet hij niet meer. Ja, toch één. Oppenheimer Offbeat met Anne Feddema als frontman. Dat was wel een belevenis. Wat een karakter, die Anne.

BOY BROSTOWSKI

Toen hij een jaar of zeventien was leerde hij drummer Boy Brostowski kennen, die hij nog steeds zijn “muzikale pappie” noemt. En Peter van der Zwaag, die met Douwe Heeringa werkte aan een Friestalig Jacques Brelprogramma. Ze zochten een bassist en vroegen Jan. Daar leerde hij Hubert Heeringa kennen. “En die beide mannen,” zegt hij, ”Peter en Hubert, zijn heel belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling.”

Hij rondde zijn conservatoriumopleiding af en ontwikkelde zich net als Van der Zwaag en Heeringa tot een veelgevraagd muzikant. Hoewel hij zich niet op een lijn met Hubert Heeringa zal zetten. Hij bokst, maar is geen borstklopper: “Hubert is een exceptioneel talent, een van de beste muzikanten die ik ken, daar is er geen tweede van in Nederland.”

ROBERT LONG

De mannen werden als collectief gevraagd om bij Jenny Arean te spelen. Robert Long hoorde ze spelen en vroeg of ze zijn begeleidingsband wilden worden. Vier jaar werkte hij met Robert Long. Een bijzondere tijd, want een bijzondere man: “Hij maakte bijzondere dingen, fantastische teksten, waanzinnig mooie liedjes. Hij was betrokken bij iedereen die voor hem werkte. En hij gaf je vrijheid. Robert is een van de fijnste mensen waar ik ooit mee gewerkt heb.”

Heel lang verhaal heel kort: hij toerde met Hubert Heeringa door heel Amerika. Hij baste bij Kayak. En belandde rond het jaar 2000 in de wereld van de musicals: Saterday Night Fever, Tarzan, Lion King, Rembrandt, Jezus Christ Superstar, de Tocht.

En toen werd hij gevraagd voor Soldaat van Oranje. Hij hoefde er geen tel over na te denken, het thema sprak hem enorm aan: “Het gaat over vriendschap ten tijde van crisis. Vrienden die heel verschillende keuzes maken. Een paar jongens sluiten zich aan bij het verzet, iemand stelt zich neutraal op en er is een jongen die voor de SS kiest.”

Het verhaal is bekend: “Soldaat van Oranje – de musical” werd met 3967 voorstellingen en vier miljoen bezoekers een ongekend succes. De langstlopende voorstelling uit de Nederlandse theatergeschiedenis met de meeste bezoekers ooit.

SPEKTAKELMUSICAL

Hoe verklaart Jan dit ongekende succes? “Het is het verhaal. Het zijn de acteurs, er zijn altijd hele goeie acteurs gecast. Het is de setting. Het publiek zat op een grote draaischijf en werd zo als het ware het verhaal ingetrokken. Ik heb een hekel aan het woord spektakelmusical, maar dat was het wel. Maar zonder het indrukwekkende verhaal had het niet zo veel bezoekers getrokken. Sommige mensen zijn er zestig keer geweest! Zelf heb ik ook één van de laatste voorstelling gezien en ondanks dat ik het verhaal al duizenden keren had gehoord kwam ik toch met een brok in de keel de zaal uit.”

Jan deed als bassist en orkestmanager van de tien muzikanten in zestien jaar aan 3.400 voorstellingen mee.

Wat was tijdens de voorstellingen voor hem persoonlijk het meest speciale moment? Hij vertelt over een lied dat hem elke keer weer raakte:

Denk je soms dat dit ons leven niet raakt
Of wachten we tot de storm over waait
Onze vrienden kapot worden gemaakt
Kijken we toe tot de wind weer draait
Niemand van ons heeft hier om gevraagd
Maar doen of je neus bloed is godgeklaagd
We zitten te slapen, ons huis staat in brand
En je kunt niet weg ‘t is overal, steek je kop niet in het zand
Als wij niets doen, wie dan?

“Bij dat lied sloten drums, gitaar, bas en piano naadloos op elkaar aan. Als iemand zijn wenkbrauw optrok wist je al wat hij ging doen, bij wijze van spreken. Wij wilden elke keer die tekst zo diep mogelijk vertalen in klank. We waren altijd heel scherp, maar hier had het voor mij een extra diepe laag. Vanwege die vraag: Als wij niets doen, wie dan? En als alles dan klopte… Dat gedijt bij de mensen om je heen. Ieder moet de wil hebben om die extra lading te brengen. En luisteren, heel goed luisteren naar de anderen. Dat lukte niet altijd, het blijft mensenwerk.”

GELUK

En als het dan lukt, als alles klopt, is dat dan geluk? “Ja. Dan keek je elkaar aan en dan wist je: Dit was een goeie. Dan brengt muziek je op plekken waar woorden niet kunnen komen.”

Wat maakt je meer gelukkig? “Mijn zoon. Na onze scheiding hebben we een co-ouderschap, maar mijn zoon woont het meest bij mij, in Nieuw-Vennep. En als ik dan zie hoe hij zich als mens ontwikkelt. Hij is dertien. Zijn nieuwste hobby is: hoe hou ik mijn vader voor de gek. Dan zie ik de humor van zijn opa terug, mijn vader. Ze kunnen ook heel goed, die twee. Hij heeft onlangs zelf zijn eerste baantje geregeld, bij een tomatenkwekerij. En hij voetbalt goed. Is helemaal gek van Ajax, maar loopt ook wel in een Cambuurshirt.”

LAATSTE VOORSTELLING

De aankondiging dat Soldaat van Oranje ging stoppen was een harde klap voor Jan: “Ik zag het niet aankomen, ook omdat er twee jaar geleden nog allerlei vernieuwingen zijn aangebracht. Ik schrok me wezenloos. Ik had de twintig jaar wel vol willen maken. Jammer. Maar ik ben heel erg trots dat ik daar heb mogen werken. Zoiets maak ik nooit meer mee.”

Bij Willem de Vries voor Omrop Fryslân zei hij na de laatste voorstelling: “Ik zit nog in de ontkenningsfase.” Hoe is dat nu? “Het begint langzaam door te dringen dat het echt afgelopen is. Na de laatste voorstelling was er een feest voor iedereen die in al die jaren aan de voorstelling heeft meegewerkt. Dat was een soort van reünie. Met een lach en een traan. Ik zal die mensen missen, maar de eerste reünie is al gepland.”

En nu? Het volgende project heeft zich al aangediend: de musical 101 Dalmatiërs. En hij heeft met het orkest van Soldaat van Oranje een bigband gevormd. “Er zitten geen saxofoons in, maar hoorns. Daar zou ik heel graag meer mee willen doen.” Een optreden op het Befrijdingsfestival in Leeuwarden? “Dat zou hartstikke leuk zijn.”

Tekst en fotografie Ate de Jong

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding