Face to face met Henk Dillerop: “Ik ben een dichter. Politiewerk was altijd een bijbaan”
SNAKKERBUREN - Oud-rechercheur Henk Dillerop (71) werkt sinds zijn twintigste binnen de politie. Hij werd geboren in Assen, woont alweer jaren in Snakkerburen en voelt zich een echte noorderling. Henk werkte als chef van de criminele inlichtingendienst, en de laatste zestien jaar was hij directielid van diverse gevangenissen in Nederland waaronder de Penitentiaire Inrichting Leeuwarden. Toch noemt hij zijn beroep dichter en schrijver.

Over én door Henk is veel geschreven. Maar dat gaat altijd over de ander: nabestaanden, daders, slachtoffers. Wat is het verhaal achter deze veelzijdige man? Vandaag speelt Henk Dillerop het ‘slachtoffer’ voor GrootLeeuwarden.
Henk, leuk je in de de doarpstú van Snakkerburen te spreken. Wat is jouw rol hier?
”Ik ben bestuurslid. Ik woon hier tegenover, in een huis van meer dan een eeuw oud.”
Je bent ook nog altijd druk met onopgeloste moorden.
”Inderdaad, als burger werk ik aan zogenaamde cold cases, onder andere door het maken van een podcast. En eind september verschijnt mijn boek over moord en ander ongemak.”
Laat je je werk ooit los?
“Met mijn vrouw heb ik hier afspraken over gemaakt: zo ga ik in de winter niet meer naar Noord-Holland of Gelderland waar ik verhalen vertel. Dan ben ik veel te laat thuis. Maar is het in Burgum, dan ga ik gewoon.”
Jullie hadden nét gezamenlijk besloten dat je zou stoppen met alle werkzaamheden, toen er een telefoontje kwam.
“Ja, de dag erna. Ik weet niet meer wat precies de vraag was, maar ik ging overstag.”
Loslaten lijkt een thema voor je. Houd je liever de regie over het verhaal?
“Dat valt mee. In mijn professie heb ik altijd ervaren dat ik goed dichtbij mensen kan komen, maar ook heel goed afstand kan nemen. Dat moet ook. Anders houd je het niet vol.”
Is dat afstand kunnen houden een aangeboren talent?
“Ik weet het niet. Misschien werd hier op mijn negentiende bij de selectie voor de politie al rekening mee gehouden. Wat ik wel weet: je kunt nog zo stoer zeggen ‘het doet me niets’, het kan altijd nog misgaan. Dat je bij de tachtigste dode alsnog onderuit gaat.”
De doden vergeet je nooit.
“Zeker de zelfdodingen. Specifieke momenten, zoals een doodgereden driejarig mannetje, dat blijft me bij. Samen met de ouders bij dat lichaampje. En de dag dat mijn collega Carien Hofman-Van Ark gruwelijk werd afgeslacht in De Marwei. Ja, dat voel ik in mijn lijf.”
Wat is jouw persoonlijke grootste ongemak?
“Mijn vader overleed jong - op zijn 57ste. Mijn schoonvader verongelukte in het verkeer. Mijn inmiddels overleden moeder en schoonmoeder hadden beiden Alzheimer.”
Je noemt jezelf dichter en schrijver. De rest bleef altijd een bijbaan. Verklaar je nader.
“Toen ik twintig was, schreef ik al gedichten. Dichten en verhalen vertellen, dat is mijn beroep. Maar daar kon ik niet van leven. Dus had ik een bijbaan bij de politie en een bijbaan als gevangenisdirecteur. Zo ervaar ik dat.”
Hoe kan een 50-urige werkweek bij de politie een bijbaan zijn?
“In mijn hoofd werkte het zo. Kijk, mijn kortste gedicht is Het kan. Het kan dus.”
Waar ben je het minst eerlijk: in uniform of in een gedicht?
“In uniform moet je nuanceren en als rechercheur gebruik je verhoortechnieken. Daar laat je uiteraard niet alles van jezelf zien. Dus dan ben je niet helemaal eerlijk. Mijn gedichten schrijf ik altijd heel snel en recht uit mijn hart. Die zijn zo oprecht als het maar kan.”
Als jouw gezin deze zin moet afmaken: “Henk is iemand die…” wat hoop je dan dat ze zeggen? En wat vrees je?
”Ik hoop dat ze zeggen dat ik een vriendelijke, behulpzame man, vader en opa ben. Ik vrees dat ze zeggen dat ik te veel werk. Te veel dingen doe.”
Zo werk je mee aan Hel of Hotel, het televisieprogramma waarin bekende Nederlanders met ex-gedetineerden worden vastgezet in de Blokhuispoort om het gevangenisleven te ervaren. Wat was jouw rol?
“Ik was voornamelijk betrokken bij de productie. Er werd een locatie gezocht, en ooit heb ik Alibi geopend, het hostel in de Blokhuispoort.”
Jouw markante kop is ook op het scherm te zien.
“Soms. Het belangrijkst was het adviseren, maar ze hadden ook een gevangenisdirecteur nodig. Tja…”
Hoe kan het programma zo realistisch geproduceerd worden? Je ziet nooit ‘gewone’ mensen in de buurt van de Blokhuispoort.
“De productie wilde het programma zo waarheidsgetrouw mogelijk maken. We bouwden de cellen na - inclusief toilet en stapelbedden - in de winkeltjes op de begane grond. Er was een enorme regiekamer met veertig schermen en in de cellen werd 24 uur per dag mee gekeken.”
“Alle ex-gedetineerden en de bewaarders zaten binnen tien minuten in hun oude rol. En wat heel bijzonder is: er staat geen letter op papier, er is geen script. Het taalgebruik, terwijl de gefilmden elkaar niet persoonlijk kenden, was hetzelfde als in de bak. Ex-gedetineerden voelden onmiddellijk: ‘jij hebt ook vastgezeten’.”
Wat vind jij van het imago van de bajes op televisie? Accuraat of glamour
“Het is zeker geen hotel; daar kom ik wel eens. Of het de hel is weet ik niet, daar ben ik nog niet geweest.”
Je maakt een podcast over cold cases. Verklaar je het succes hiervan door het feit dat het populairste genre tegenwoordig true crime is?
“Dat is absoluut niet de reden waarom wij - onderzoeksjournalist Margriet Brandsma en Geartsje de Vries van Omrop Fryslân - hiermee gestart zijn. De podcast heet ‘Sicco, de verdwenen marechaussee’, en het is een serieuze, actieve podcast. We spelen nuttige informatie uiteraard door aan het Openbaar Ministerie en de recherche. Het heeft al veel informatie opgeleverd, de podcast wordt ontzettend goed beluisterd.”
Wat bedoel je met actief?
“We beschrijven de locaties van de misdaad en interviewen veel mensen. We doen dit werk, uiteraard, alleen als de nabestaanden dat willen. Onopgeloste moorden zijn schrijnend voor de nabestaanden. Margriet en ik doen het volledig gratis. Deze podcast levert zoveel op: ik noem het oprecht een nieuw opsporingsmiddel.”
Je nam zojuist de telefoon aan, waarbij je zei: dit is mijn dochter, die gaat altijd voor. Een sterk thuisfront?
“Ja, mijn vrouw en ik zijn volgend jaar vijftig jaar getrouwd en we hebben geweldige kinderen en kleinkinderen, die allemaal in de stad wonen. Dat sterke thuisfront heeft me ook geholpen in mijn werk.”
Je verhuisde vanuit de Leeuwarder binnenstad naar Snakkerburen. Vanwaar die switch?
“Het was niet de bedoeling. We woonden prachtig en met veel plezier in een grachtenpand naast De Harmonie. We hadden een druk bezochte galerie aan huis. Ik zit in veel besturen en ben erg actief in de binnenstad. Toen kwam mijn schoondochter met deze tip en het was liefde op het eerste gezicht.”
Waarop werd je zo verliefd?
“Het voornaamste is dat we altijd aan het water willen wonen. Nu doen we dat opnieuw, in een honderdtwintig jaar oud pand aan de Dokkumer Ee. Het huis is rond 2000 verbouwd door een architect, met als inspiratie een schip.”
Een nieuw huis, een stabiel huwelijk.
”We konden samen behangen, daarna gingen we samen schilderen. Wij schilderen samen op één doek. Onbaatzuchtig, noem ik dat.”
Vertel me het geheim Henk.
“Dat is een klassieker: elkaar de ruimte geven, wederzijds respect, op elkaar passen en gepassioneerd blijven.”
Tekst Marije de Lange, foto Simon van der Woude












