Algemeen

Face to face met Linda Anema Terpstra: ‘Fotografie is voor mij een manier om te voelen’

GROU - Linda Anema Terpstra is fotograaf uit Grou. Gespecialiseerd in het vastleggen van bijzondere momenten. De bruiloft, een zwangerschap, pasgeboren kinderen: fotografie als manier om te voelen, aan te raken en lief te hebben. Een gesprek dat veel dieper gaat dan het plezier van een geslaagde foto. Over verdriet, pijn, klap na klap, vallen en weer opstaan en dan uiteindelijk toch het geluk gevonden.

Afbeelding
Foto: lindafoto.nl

Je bent fotograaf in Grou, maar je website heet heel bewust lindafoto.nl. Waarom die .nl erachter?

“Als je ‘Linda foto’ googelt, kom je overal en nergens uit. Dus ik heb bewust die .nl gekozen. Dan heb je meteen de website te pakken, zonder uitleg. Niet altijd praktisch in het dagelijks gebruik, maar voor vindbaarheid is het slim.”

Hoe lang ben je nu officieel fotograaf?

“Vier jaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Maar ik fotografeerde natuurlijk al veel langer. Ik ben officieel begonnen in de coronaperiode.”

Niet bepaald de meest logische periode om ondernemer te worden.

“Nou, nee. Haha. Maar het gaf mij wél ruimte. In plaats van meteen vol in de drukte met klanten, kon ik eerst alles rustig neerzetten. De website, werkwijze, praktische zaken achter de schermen. Ik zat toen ook in de ziektewet, dus ik móést een bedrijfsplan maken om überhaupt te kunnen beginnen. Achteraf was het perfect getimed.”

Waarom fotografie? 

“Ik heb eigenlijk altijd al gefotografeerd. En het werd echt groter toen ik in 2004 naar Australië ging.”

In je eentje, stoer. Hoe oud was je toen?

“Drieëntwintig. Ik ben van 1981.”

Wat deed je daar?

“Backpacken, en ook werken. Ik deed van alles: supermarkt, perzikplukken op een boerderij, in een bar. Echt in het midden van nergens, in de outback. Ik hield het elf maanden vol.”

En je nam een camera mee.

“Ja, echt zo’n bakbeest.”

Wat heeft Australië je gebracht?

“Dat ik ontdekte dat ik het wel kón: alleen zijn, zelf beslissingen nemen, mijn weg vinden. Ik dacht altijd dat ik helemaal niet zo’n avonturier was.”

Hoe reageerde je omgeving over die verre bestemming?

“Ze hebben me eigenlijk alleen maar gesteund. Ik zat toen ook in een fase dat ik niet zo goed wist wat ik wilde, en vooral, wat ik fysiek kon.”

Wat bedoel je?

“Ik heb het CIOS gedaan. Ik heb geschaatst en gekaatst, op een behoorlijk niveau. En al vrij snel kwam ik erachter dat mijn lichaam niet meewerkte. Altijd klachten, altijd blessures. Uiteindelijk, na een lange periode van onderzoeken, kwam eruit dat ik fibromyalgie had.”

Wat houdt fibromyalgie in?

“Ze noemen het ‘reuma in de weke delen’. Maar het is zo’n breed begrip. De één loopt achter een rollator, de ander kan nog best veel.”

Dat is nogal een boodschap als je begin twintig bent.

“Ja. Je bent jong, je wil van alles, en dan krijg je iets waar geen duidelijke oplossing voor is. Het werd ook een mentaal spelletje. Want zo lang er niks uit die onderzoeken kwam, ga je twijfelen. Zit het dan tussen mijn oren?”

Was je een goede schaatser?

“Ik schuurde in de tijd van Wieteke Cramer tegen de Friese selectie aan. Ik was negende van Friesland, twintigste van Nederland. Maar in Friesland waren er zó veel goede schaatsers, en fysiek kwam ik net tekort. Ik gaf er alles voor, maar ik kon me nooit volledig geven.”

Was dat een klap? Het wegvallen van topsport?

“Ja. Alles of niks, dat zat er bij mij in. Recreatief? Dat paste niet. Op een gegeven moment ging het gewoon niet meer. En dan valt je sport weg, je droom, je uitlaatklep.”

Wat deed je daarna?

“Ik heb nog een jaar fysiotherapie gestudeerd, maar dat was fysiek niet haalbaar. Daarna ben ik aan de slag gegaan in een sportschool in Leeuwarden, in zwembaden, als buurtsportcoach in Drachten en later nog als onderwijsassistent. Want ik wilde met mensen werken, mensen iets leren. Dat vond ik altijd mooi.”

Maar dat putte je ook uit.

“Ja. Ik ben iemand die alles ziet en hoort. Dat was altijd mijn valkuil. Als iemand hulp nodig had, dan sloeg ik daar op aan. Maar daardoor leefde ik jarenlang boven mijn energieniveau.”

Dat was niet vol te houden.

“In 2021 was het op en kwam ik thuis te zitten. Ik zat tegen een burn-out aan. Het was vooral fysieke uitputting. Ik trok het simpelweg niet meer.”

Je had toen al een gezin?

“Ja. Mijn man heet Alle Jan (kaatser Alle Jan Anema, in 2017 winnaar van de PC, red.). We kregen in 2015 onze zoon Tim.”

Je bent na die burn-out toch weer gaan werken.

“Ja. Via het UWV deed ik een beroepskeuzetest. Daar kwam fotografie naar voren. Ik zag dat tot die tijd vooral als een hobby. Bovendien was het corona en niet de beste tijd om een eigen bedrijfje te beginnen.” 

En toch ben je gestart.

“Als Alle Jan er niet achter had gestaan, was het niet gelukt. Financieel moest het namelijk wel kunnen. Maar hij zei het ook: jij wordt hier zó blij van.”

Hoe zag die start eruit?

“Bedrijfsplan, website bouwen, inschrijven, portfolio opbouwen. Ik ben een jaar lang vooral achter de schermen bezig geweest, zonder groot naar buiten te treden.”

Wat was je eerste klus?

“Een bruiloft van de buren. Heel spannend.”

Spannend en toch ook zwaar, als je bedenkt dat je urenlang aan het werk bent.

“Zeker. Daarom doe ik niet dertig bruiloften per jaar. Ik kan dat niet en ik wil het ook niet. En ik plan bewust: als ik vrijdag een bruiloft heb, zet ik geen shoot op zondag.”

Je bent zelf ook getrouwd, dus je begrijpt nog beter het belang van een mooie fotoreportage.

“Klopt. Wij zijn in september 2025 getrouwd.”

Wie fotografeerde jouw bruiloft?

“Jan-Hessel Boermans. Een bekende van ons en dat wilden we per se.”

Want dat raakt aan het zwaarste hoofdstuk in je verhaal: jullie kinderwens.

“Ja…”

Jullie hebben Tim, maar daarna ging het mis.

“Het zwanger worden ging de eerste keer al niet makkelijk. Toen eigenlijk niemand er meer op rekende, werd ik zwanger. Tim was een prachtig cadeau! Maar een broertje of zusje voor hem, dat is ons helaas nooit gegeven. Uiteindelijk heb ik vier miskramen gehad.”

Wat naar om te horen.

“Ja. Op een gegeven moment, na de vierde keer dus, leek het wel te lukken. Dat was, in 2024, aanvankelijk geweldig nieuws. Tot de elf-weken-echo. De verloskundige feliciteerde me in eerste instantie waarna ik van blijdschap en opluchting in tranen uitbarstte. Een minuut later zei ze dat ze nog iets op de echo zag. Iets wat ze niet wilde zien…”

…Ze zag extra vocht rond de foetus. We hebben een second opinion laten doen en toen bleek dat het risico van het krijgen van een ernstig gehandicapt kindje erg groot was. Het was onverteerbaar, maar we hebben afscheid moeten nemen.”

Hoe reageerde Tim?

“Tim wilde het zelf één keer zien, met kloppend hartje. Dat was heel intens.”

En toen ging er in het ziekenhuis iets mis.

“Ja. Het vruchtje is zoekgeraakt tijdens de curettage (waarbij weefsel uit de baarmoeder wordt verwijderd, red.). Dat wilden we doen omdat we het geslacht van ons kindje nog niet wisten. Het ziekenhuis maakte de fout natuurlijk per ongeluk, maar het was opnieuw een klap voor ons.”

Jullie gaven het kindje toch een naam.

“Noa. Omdat het voor jongen en meisje kan. We hebben een kaartje gemaakt. Een gedenking.”

Hoe ga je daarna verder?

“Je móét. En tegelijk moet je je hele toekomstbeeld aanpassen. ‘We zijn met z’n drieën.’ Dat is niet het plan dat we vooraf voor ogen hadden. Maar het geeft ook rust want je weet waar je aan toe bent en je kunt weer plannen maken.”

En Tim?

“Hij is tien. Hij roept wel eens boos: ‘ik ben ook maar alleen.’ Dat vind ik misschien nog wel het lastigste. Hij mist soms een speelmaatje. En je kunt hem uitleggen dat broers en zussen ook ruzie maken, maar dat helpt niet. Hij voelt wat hij voelt.”

En uitgerekend is het vastleggen van pril gezinsgeluk een van jouw specialiteiten geworden. 

“Misschien juist wel omdat ik het zélf heb gemist. Van Tim heb ik geen zwangerschapsfoto’s. Geen geboorte, geen newbornfoto’s. Helemaal niks. En daar heb ik nog steeds spijt van. Dat gemis, dat begrijp je pas als je later terug wil kijken. En ik snap dus hoe belangrijk die foto’s kunnen zijn. Bij Noa heb ik het trouwens wel gedaan.”

Vertel.

“Ik heb mijn beste vriendin Susanne gevraagd om een foto van mijn zwangere buik te maken (de foto hangt in de woonkamer, red.). Want ik wilde sowieso iets tastbaars hebben.”

Heeft je eigen verhaal je een betere fotograaf gemaakt?

“Ja. Omdat ik het gewicht van momenten ken. En ja, ik weet hoe hard het kan aankomen als je dan niets hebt om op terug te vallen, mocht het niet goed aflopen.”

Jullie zijn kort na het verdriet over Noa getrouwd.

“Ja. In april 2024 ging het mis. In juli vroeg Alle Jan me ten huwelijk. En in september 2025 zijn we getrouwd. Dat hielp ook: weer vooruitkijken.”

Hoe was die dag?

“Fantastisch. Heel veel emoties. Ons verhaal is door de ambtenaar van de burgerlijke stand verteld, maar niet te zwaar. Onze dag begon met storm en regen, maar toen we de Broerekerk van Bolsward binnenkwamen, scheen de zon door de ramen. Alsof het zo moest zijn.”

Alsof Noa even meekeek.

“Dat voelden wij! Geen vlindertje dat binnen dwarrelde, maar dat zonlicht… dat zei genoeg.”

Wat hoop je dat mensen meenemen van jouw fotografie?

“Dat het niet alleen ‘mooie foto’s’ zijn. Het zijn herinneringen. Een houvast soms en een bewijs van liefde. Foto’s zijn belangrijk. Dat weet ik als geen ander.”

En jij? Waar sta jij nu?

“Ik ben niet iemand die het leven zonder pijn kent. Maar ik heb wel geleerd hoe ik ermee kan leven. En ik heb iets gevonden dat mij energie geeft in plaats van leegtrekt. Ik ben eigen baas, ik maak bewuste keuzes, ik kan mijn dagen indelen. En ik zie elke keer weer hoe waardevol momenten zijn.”

Tekst: Radboud Droog

Foto: lindafoto.nl