Het geheim van Bonny is een geknipte kwast: ‘Ik zou graag iets achter willen laten’

Door: Radboud Droog 22 jan 2026, 19:00 Algemeen Binnenstad Huizum-West
Foto: Simon van der Woude
Afbeelding

LEEUWARDEN - Toegegeven, er was twijfel om kunstenaar Bonny Dijkstra te vragen voor de eerste officiële cover van Groot Leeuwarden. Een Bekende Leeuwarder wilden we, maar er zijn bekendere. Sybrand Buma, Wilfred Genee, Ria Bremer (jaja, ook van hier). Maar zo’n blad willen we niet zijn. Liever geen burgemeesters of andersoortige notabelen op de cover. Hun stemgeluiden, al dan niet vanaf papier, kennen de meesten al. De voorkant van het magazine: die moet er een uit het gewone kader zijn. Weest wel?

Bonny Dijkstra is zo’n iemand, al past het etiket van ‘gewoon’ eigenlijk niet. Schilder, levensgenieter, avonturier en een levend kunstwerk. Zijn lichaam is vol getatoeëerd. Alleen zijn rug is nog blanco. We hebben afgesproken in zijn atelier in De Doas, de voormalige technische school in Huizum. Er vliegen een paar exotische vogels rond, hondje Semo – zijn onafscheidelijke chihuahua – ligt rustig op de leren fauteuil en gelukkig zit Paulie (,,een dubbele geelkop amazone”) in zijn kooi. Dat is maar goed ook. De papegaai heeft zo zijn buien. 

Het bezoek van de krant reageert daarom vriendelijk afwijzend op Bonny’s voorstel om Paulie voor een ogenblik uit zijn kooi te laten. Onbekend maakt onbemind, en waarom dit risico lopen? Liever de dubbele geelkop nog een klein uurtje achter de tralies: het interview, zo beloof ik, zal niet lang duren. Bonny moet lachen. Prima. Paulie begrijpt het vast. 

De in 1970 geboren Bonny heeft een moeilijke tijd achter de rug. De nasleep van een verbroken relatie, de dood van een goede vriend: ze hielden hem lang in de greep. Hij werd er ziek van. Schilderen hield hem op de been, al kostte hem zelfs dat veel moeite. De depressie: hij wil er niet langer bij stil staan. Vooruitkijken. Een nieuw jaar. Met volop nieuwe kansen. Waarom niet? “Ik wil blij zijn en weer meer schilderen.” En wie weet helpt dit verhaal daarbij. 

Dag Bonny, de moeder aller vragen: hoe gaat het met je?
“Eerlijk? Ik heb een moeilijk jaar achter de rug. Er is een hoop gebeurd. Details zal ik je besparen. Maar het gaat nu gelukkig weer een stuk beter.”

Op persoonlijk vlak bedoel je?
“Ja. Eén van mijn beste vrienden overleed. En mijn relatie ging uit. Dat heeft me best wel geraakt. Toen ben ik echt diep gezakt.”

Je zegt het heel rustig. Maar je hebt wel echt diep gezeten?
“Ja. Heftige periode. Ik werd er letterlijk ziek van. Dan kom je op zo’n punt dat je denkt: het kan alleen nog omhoog.”

Wanneer merkte je dat je weer omhoog krabbelde?
“Door te schilderen. En door familie. Mijn moeder. En mijn zusjes… die waren er echt voor me. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Ze trokken me erdoorheen.”

Wat doet zoiets met jouw creativiteit?
“Het is niet zo dat je dan ineens magische dingen maakt. Maar je kunt je wel verliezen in het schilderen. Op een positieve manier dan. Als ik schilder, voel ik me gelukkig. Dan ben ik even weg uit alles. Dan is er alleen die kwast en dat doek, of paneel.”

Wat betekent dat, ‘schilder zijn’?
“Creëren. Iets maken wat er eerst niet was. En het is ook iets nalaten. Want als je doodgaat, dan leef je verder in je kunst. Kijk naar Picasso, Basquiat. Zij leven nog steeds voort. In museumzalen, in hoofden.”

Dat wil jij ook?
“Ja, ik zou graag iets achter willen laten.”

Zoiets begint hier, in jouw atelier dat ook wel iets wegheeft van een volière.
“Dit is mijn wereld. Ik heb Semo, mijn hondje. En ik heb drie vogels: Gucci, Kiet en Paulie.”

Paulie zit nu veilig in zijn kooi.
“Haha. Hij kan een gehaaid beestje zijn. Een vriend van me, die kreeg ’m in zijn oor.”

Je atelier voelt een beetje als een jungle. Er staan zelfs bomen.
“Die bomen zijn voor de vogels. Ze moeten kunnen vliegen. Ze vliegen van boom naar boom. Ik wil ze vrijheid geven.”

Je neemt ze niet mee naar buiten?
“Soms Paulie wel eens, heel even, op het pootje. Maar echt meenemen is lastig. Dan moet je ze kortwieken. Dat wil ik niet.”

En Semo.
“Ja, we wandelen veel. Dat helpt ook hoor. Voor je hoofd. Beweging, lucht, ritme.”

Je bent in 1975 geboren. Je werd afgelopen jaar 55. Dat is een bijzonder getal voor je.
“Ja. Want mijn vader is 55 geworden. Dus toen ik 55 werd, voelde dat raar. Dan ben je ineens even oud als je vader ooit is geworden. 

En dan besef je hoe jong 55 eigenlijk is. 
En dat mijn vader nog een jonge kerel was toen hij overleed. Je hebt dat niet door als je zelf jong bent.”

Je hebt ook veel verlies in je omgeving meegemaakt, vertelde je.
“Ja. Auto-ongelukken, ziekte, zelfmoord… het hele pakket. Op een gegeven moment denk je: wat kan ik nog aan?”

En toch zit je hier, met koffie in een atelier vol leven.
“Ja. Zo is dat. Ik probeer vooruit te kijken. Je hebt ook geen keuze natuurlijk.”

Ik ben geneigd om je eerst te lezen, voordat ik vragen stel. Je lichaam is vol getatoeëerd.
“Alleen mijn rug is nog vrij, ja. Daar moet nog wat op.”

Maar je gezicht blijft clean.
“Ja, dat ga ik niet doen. Dat zou ik mijn moeder niet aandoen.”

Wat vindt ze ervan?
“Ach, ze is eraan gewend. Ze weet het niet beter.”

Weet je je eerste tattoo nog?
“Een zwaluwtje op mijn schouder. Die is later overgewerkt.”

En daar heb je spijt van?
“Ja. Niet van tattoos in het algemeen. Maar wel dat ik die eerste heb gecoverd. Dat had ik nooit moeten doen. Die zette ik samen met mijn vader. Ik was 16 jaar en mijn vader moest mee om toestemming te geven. Hij vond het eerst niks. Maar ik zeurde net zo lang tot het mocht. En toen zette hij zelf ook een tattoo. Een roos met de naam van mijn moeder.”

Dat is eigenlijk prachtig. Jij begint, en je vader denkt: vooruit dan maar, dan doe ik ook mee.
“Ja, zo ging dat.”

Hebben je tattoos een betekenis?
“Nee. Dat hoeft ook niet. Je kunt niet alles een betekenis geven. Soms vind je iets gewoon mooi.”

Je vertelde me voor ons interview iets wat bleef hangen. Mensen denken vaak: Bonny heeft vrienden zat, iedereen kent hem. Maar…
“Iedereen kent je, maar niet iedereen kent je echt. En als je relatie uitgaat, val je ook gewoon in een gat, net als ieder ander. Ja, ik voel me soms eenzaam.”

Hoe lang ben je nu alleen?
“Twee jaar. Ik ga niet uit. Ik ben ook niet bezig met een nieuwe relatie. Ik moet eerst zelf weer gelukkig zijn.”

Hoe ontspan je, naast schilderen?
“Wandelen met Semo. Lezen. Meestal kunstboeken. En films kijken.”

Wat voor films?
“Gangsterfilms. Carlito’s Way, Donnie Brasco.”

Had je acteur willen worden?
“Dat had ik wel leuk gevonden, ja. Zo’n maffiarol.”

Maar intussen bén je vooral kunstenaar. Voel je je ook echt zo?
“Ja, nu wel. In het begin vond ik dat moeilijk om te zeggen. Want wanneer ben je kunstenaar? Maar toen ik begon te verkopen, toen dacht ik: ja, nu bén ik het.”

Je leeft van de kunst.
“Ik leef al jaren van de kunst. Geen uitkering.”

Wie koopt jouw werk?
“Van tweeverdieners tot directeuren van bedrijven. Van alles.”

Wat was je duurste werk?
“Zesduizend euro.”

Je werk is abstract maar onmiskenbaar Bonny. Die strakke lijnen, die composities.
“Dat vind ik het mooie. Ik heb een eigen signatuur. Mensen herkennen het. Zelfs mensen die ‘geen verstand van kunst’ hebben.”

Bestaat ‘verstand van kunst’ dan niet?
“Ik vind dat altijd zo’n rare term. Je vindt iets mooi of niet mooi. Klaar.”

Hoe begin je aan een werk?
“Ik schilder vaak op paneel. Dat vind ik fijn. De verf trekt er mooi in. Het werkt lekker. Het houdt de kleuren goed.”

En wat gebeurt er dan?
“Ik pak mijn kwast en ik begin. Het is moeilijk te verwoorden. Als ik schilder, verdwijn ik in het werk. Dan ontstaat er op een gegeven moment iets, laag voor laag. En ik droog die lagen tussendoor met een föhn. Dan kan je sneller doorwerken.”

Je bent autodidact. Hoe heb je het jezelf aangeleerd?
“Door het te doen. Dag en nacht bezig zijn. En natuurlijk door te kijken naar kunstenaars. Naar Picasso en Basquiat. Dat zijn mijn grote voorbeelden, maar ik maak natuurlijk niet wat zij maken.”

Is jouw techniek door de jaren heen erg veranderd?
“Ja. In het begin had ik die strakke lijnen nog niet. Eigenlijk veranderde mijn stijl door een toevalligheid.”

Vertel.
“Ik gebruikte een grote blokkwast maar omdat ie was verdroogd, knipte ik de harde toppen af. Zodat ik ’m weer kon gebruiken. En toen zag ik: hé, deze kwast trekt ineens vier of vijf banen tegelijk. Hele mooie lijnen.”

Dus het geheim van Bonny is een geknipte kwast.
“Haha. Dat kun je zo zeggen.”

Je grootste werk hing niet in een kantoor, maar in de openbare ruimte: onder de Vrouwenpoortsbrug.
“Ja, dat was het grootste.

Dat werk heeft jarenlang gehangen en moest ineens weg. De bootjes hadden er last van. Sloeg nergens op. Mensen vonden het hartstikke leuk. Ik ontving zelfs berichten van mensen die het misten.” 

Weet je waar het nu is?
“Geen idee. Ze hebben het ook niet even gemeld. Het ligt vast wel ergens. Een beter reclamebord kon je niet hebben.”

Wat hoop je dat mensen voelen als ze jouw werk zien?
“Dat ze het mooi vinden. Dat het ze iets doet. En dat ze voelen dat het is gemaakt door iemand die zijn ziel en zaligheid erin heeft gestopt.”

Wat zijn jouw wensen voor dit jaar?
“Blij worden. Gelukkig zijn. Mezelf weer helemaal goed voelen. Dat is het belangrijkste. Want als ik me goed voel, ga ik ook weer meer schilderen.”

Dit wordt jouw jaar?
“Nee, dit wordt ons jaar.”

Meer zien van Bonny’s werk? Je vindt hem op social media oa op Facebook en Instagram (bonny.dijkstra

Tekst: Radboud Droog

Fotografie: Simon van der Woude

Bonny met zijn chihuahua Semo.
Afbeelding
Bonny Dijkstra Bonny Leeuwarden kunst kunstenaar coverstory DOAS Semo