Van circusdirecteur tot theaterleider: een leven tussen de coulissen
LEEUWARDEN - Siart Smit is sinds 1 januari de trotse directeur van Stadsschouwburg De Harmonie. Hiervoor was hij onder meer directeur bij Tryater en Oerol. Ik ben benieuwd naar de man achter het bureau; wat beweegt hem en zijn er aspecten die hij mist aan het werken op locatie? Zou hij ooit een baan achter excel sheets wensen of is hij een geboren theaterleider? Wat zijn zijn dromen en waar zou hij het liefst wonen als hij zijn geliefde Leeuwarden zou achterlaten? Een persoonlijk gesprek met de man die gelukkig kan worden van kleine dingen: “Een twinkeling in iemands ogen. Een koffie in de zon, even de dag zien voordat iets begint.”

De eerste stappen van Siart Smit vonden plaats tussen de coulissen. Letterlijk: als eenjarige sliep hij al achter de schermen van het theater in Kampen, waar zijn vader directeur was. “Sommige mensen zien het als een verdienste, als je iets bereikt hebt, maar het is gewoon geluk. Het maakt echt uit waar je geboren wordt. Ik heb alles mee gehad. Ja, gewoon een goed leven.”
Als kind vond hij de rekwisietenzolder “reuze interessant”, speelde hij muziektheater, en droomde hij tot zijn veertiende van een acteercarrière. Zijn allereerste rol? Circusdirecteur. “Het was heerlijk om samen iets te maken en dat voor publiek te spelen. Die dynamiek, de interactie, het samenbrengen van al die verschillende rollen. Ik vind het niet erg om op het podium te staan, maar ik merkte al jong dat het proces van maken en die speciale sfeer die daarbij hoort me het beste paste. Theater lukt alleen doordat je het samen doet. Iedereen - van hospitality tot techniek - draagt bij aan die bijzondere avond. En elke avond is uniek. Het heeft een speciale energie die in mijn carrière een beetje verslavend is.”
Bij Oerol bouwde hij in tien dagen een mini-universum. “De voorstellingen zijn al gemaakt, maar je overlegt veel. Je hebt één kans per jaar. Nu zie ik juist de lol van werken vanuit een vaste plek.” De Harmonie gaf hem direct het gevoel dat daar iets te winnen viel. “Er zat een gedreven team, een goede voedingsbodem. En: ik gun iedereen die cultuur en beleving.” Maar wie is ‘iedereen’? En hoe zorg je dat in de praktijk iedereen zich welkom voelt in De Harmonie?
‘Iedereen welkom’, maar wie komt er echt?
Als kind aan huis in De Harmonie valt mij al jaren op dat het publiek overwegend wit is, en vaak wat ouder. Ook van anderen hoor ik dit terug. Hoe rijmt Siart Smit zijn visie - theater moet voor iedereen toegankelijk zijn - met deze werkelijkheid?
“Een terechte vraag,” beaamt hij. “Ik herken het ook. Kunstinstellingen zijn de laatste decennia steeds ‘keuriger’ geworden. En we bereiken een deel van de stad niet, bijvoorbeeld mensen met een smalle beurs. Daar werken we aan, met de Quiet Community en Leeuwarden Oost. Zo zorgen we dat geld geen drempel hoeft te zijn.”
Maar drempels zijn er niet alleen financieel. “We hebben bijvoorbeeld een flinke Caribische gemeenschap in Leeuwarden, maar programmeren nauwelijks iets uit die cultuur. Van oudsher maakt een theater het programma en zoekt daar publiek bij. Dat moeten we omdraaien: afvragen wat er leeft, en daarop inspelen. Niet ‘jullie roepen, wij draaien’ - ik houd ook van eigenzinnige kunstenaars die het niet uitmaakt wie ze bereiken - maar wel: écht luisteren.”
Het moet beter
In dat kader starten er projecten met jongeren die opgroeien met minder kansen. “Samen met Amaryllis maken jongeren zelf een festivaldag, en zij bepalen de invulling: van muziek tot aan publiciteit. Een andere groep, de ‘Young Community’, krijgt budget en adviesruimte om het seizoen mede vorm te geven.”
Ook taal speelt een rol in het openstellen van het theater. “In het Jeugdtheaterfestival Het Avontuur zit veel visueel werk, dus geldt dat ‘language no problem’ is.” En voor volwassenen, bijvoorbeeld statushouders of Oekraïners? “Er is programmering, maar het moet beter. Daar werken we aan, samen met onder andere Sedrana (multiculturele huiskamer, red.).”
De programmering moet dus op de mensen aansluiten, niet andersom. Maar Siart is ook trots op wat er al is. “Er komen hier mensen van negentigplus. Prachtig dat zij nog een avond uit kunnen, nu ze niet meer op de tafels dansen. Ik ben blij met het publiek dat we hebben, maar ik wil ook mensen bereiken die nu denken: ‘De Harmonie is niet voor mij.’ Ik snap dat die inspanning van ons moet komen. Het gebouw hoort van iedereen te zijn.”
Soms begint dat klein. “Via Amaryllis kwam een groep die nergens terecht kon voor hun vieringen. We hadden ruimte, natuurlijk mag het dan hier. Ze kwamen terug voor het Offerfeest. Deze mensen (Moslims met Afrikaanse achtergrond, red.) hebben zo’n mooie, open sfeer. Iedereen mag aanschuiven. Hierdoor legden we weer nieuwe contacten. Een mooie vorm van netwerken.”
Spreek de taal die je past
De wens tot meerstemmigheid past bij een andere persoonlijke drive: taal. “Zeventien jaar geleden verhuisde ik voor Tryater naar Friesland. Tijdens het Culturele-Hoofdstadproject Lân fan Taal in 2018 draaide het om meertaligheid. Soms geef ik een drietalige speech. Mijn Fries is wat roestig, maar ik steun meertaligheid van harte. Spreek de taal die je past.”
Wat Siart drijft is mijns inziens een realistisch wereldbeeld. “Iedereen zou gelijke kansen moeten hebben, maar dat is niet zo. Gelijke kansen betekent niet dat iedereen gelijk behandeld wordt. Ik vind dat cultuur hoort bij een compleet leven. Of je nu ontspant, leert of geraakt wordt. Je zit samen in die zaal. Even vallen de verschillen in de samenleving weg: dat is een belangrijke functie van theater.”
Van sneeuw tot schouwburg
Wie denkt dat een theaterdirecteur altijd het podium opzoekt, vergist zich. Siart Smit houdt van ruimte: in zijn hoofd, op het water, en het liefst op een besneeuwde helling. “Als ik mijn geliefde Leeuwarden zou inruilen, dan is het voor Zweden. Leven in de sneeuw, iedere dag snowboarden. Misschien zeilen in de zomer.”
Dat verlangen naar natuur en vrijheid zit ingebakken. Als ik hem vraag of hij ooit een ander beroep heeft beoefend, antwoordt hij gekscherend: “Ik heb het tweemaal geprobeerd. Mijn vrouw en ik hebben een eigen zeilvakantiebedrijf gehad in Zweden. De tweede poging was een activistische functie bij ‘Varkens in Nood’. Die cancelde ik voordat ik er was begonnen . Een paniekaanval kreeg ik ervan, haha!”
Siart ging na zijn opleiding in Rotterdam aan de slag bij een impresariaat en bij het gezelschap dat nu ITA heet. Maar het Noorden lonkte. “Mijn ouders komen beiden uit het Noorden. Friesland voelde voor mij al jong vertrouwd. Vanaf m’n zestiende zeilde ik hier en daar ben ik nooit meer mee gestopt.” En de mentaliteit? “In de Randstad moet je jezelf groot maken. Hier is de omgang prettiger. We gunnen elkaar wat: ‘woord is woord.’”
Meer dan honderd procent
Het leiderschap is overigens geen vanzelfsprekend doel, en hij stapt niet bewust in de voetsporen van zijn vader. Siart reflecteert: “Ik ben al best lang directeur, en ik vraag me soms af: moet je dat tot je pensioen blijven doen? Of die ruimte aan anderen geven?” Hij lacht. “Mijn record is acht jaar bij Tryater. Dat zegt misschien genoeg.” Want: “Je moet gretig zijn, en plannen hebben. Helemaal als eindverantwoordelijke. Je motivatie moet boven de honderd procent zitten.”
Op de Zuidas werken? “Nooit, dan word ik liever fietskoerier. Lekker buiten, in beweging.” Het zegt iets over zijn aard: rusteloos, maar betrokken. Altijd op zoek naar spanning en het juiste project. Wat mij opvalt aan Siart is zijn relativeringsvermogen en gezonde zelfspot.
Er komt een vierde zaal bij
Voorlopig zit Smit goed in Leeuwarden, met frisse plannen. Tijdens de grote verbouwing in 2026 - De Harmonie sluit dan tijdelijk haar deuren - wordt achter de schermen doorgewerkt.
“Er komt een vierde zaal bij, van en voor de stad. Deze kan dienen als festivalhart, maar ook als clubhuis voor bijvoorbeeld ‘Over de drempel’ die dan maandelijks hier een avond organiseert. De zaal kan open, zodat je ‘s zomers naar buiten speelt!”
Zelfs op een stille maandagavond verwondert Leeuwarden hem nog: “Toen laatst een Zweedse neef op visite kwam, zag ik de stad door zijn ogen. Wat is het hier prachtig, besefte ik toen plots.”
Tekst Marije de Lange
















