Sport

“Ik rijd op de fiets van Romain Bardet”

Door: Radboud Droog

LEEUWARDEN - Als-ie maar geen voetballer wordt… Stijn Sloot sloeg het ongevraagde advies, de eerste regels van het refrein van de Boudewijn-de-Groothit Jimmy, niet in de wind: de bijna-zeventienjarige Leeuwarder werd fietser. De weg naar succes is geasfalteerd met plezier en dat beleeft hij vooralsnog in hoge mate.

Stijn Sloot:
Stijn Sloot: "Fietsen is elke keer een gevecht met jezelf" Rosa Droog

Vallen en opstaan: het is de wielrensport in een notendop. Stijn vormt geen uitzondering op dit gegeven. Een halfjaar geleden kwam hij tijdens een wedstrijd in Zeeland zwaar ten val. Hij brak zijn pols, herstelde snel en zat een paar weken later alweer op zijn fiets. Eigenlijk precies zoals De Groot zong: ‘Hoe sterk is de eenzame fietser/die kromgebogen over zijn stuur/tegen de wind/zichzelf een weg baant’

Lijden leidt tot karakter. Voor doetjes geen plek in het peloton. Op de schaafwonden op zijn ellebogen, knieën en handen – na alweer een nieuwe val – zitten korsten. Gelukkig dat zijn pols dit keer werd ontzien. 

Wanneer begon je met fietsen?
“Een jaar of drie geleden. Eigenlijk als zomertraining voor het schaatsen. Maar fietsen werd al snel serieuzer. Inmiddels train ik zo’n vijftien uur per week en doe ik mee aan wedstrijden in heel Nederland.”

Bij wie fiets je?
“Ik ben lid van De Friesche Leeuw uit Leeuwarden en rijdt ook voor de Wieler Combinatie Friesland, een soort talentenploeg.” 

Wat trok je erin aan?
“De combinatie van vrijheid en discipline. Je bent buiten, je gaat hard, en tegelijk moet je aan alles denken: eten, trainen, rusten. Dat vind ik mooi. En het is elke keer een gevecht met jezelf. Je voelt of je beter wordt. Dat is verslavend.”

Hoe ziet een gemiddelde trainingsweek eruit?

“Ik train ongeveer vijftien uur per week. Soms rijd ik alleen, maar ik doe ook mee aan clubtrainingen, bijvoorbeeld in Sneek of op donderdagavond in Groningen, op Corpus den Hoorn. Daar rijd je met honderd man rondjes van vijftig gemiddeld. Dan leer je echt koersen.”

Je wordt gecoacht door semi-prof Rick Ottema. Wat doet hij precies voor jou?
“Hij maakt mijn schema’s, ziet precies wat ik gedaan heb en geeft feedback. Hij regelt ook mijn wedstrijden. En hij is gewoon een hele goede trainer. Ik ben echt beter geworden sinds ik met hem werk.”

Hoe merk je dat?
“Qua kracht, maar vooral ook in hoe ik me voorbereid. Alles bij elkaar ben ik zeker twintig procent beter dan een halfjaar geleden.”

Hoe belangrijk is voeding voor jou?

“Heel belangrijk. Ik ontbijt met afgewogen havermout, lunch bewust en neem eiwitshakes.”

Wat eet je zoal op een dag?

“’s Ochtends havermout met melk. ‘s Middags pasta, rijst of brood. ’s Avonds wat de pot schaft, maar altijd met genoeg koolhydraten. Tussendoor eet ik noten, fruit of sportrepen. En na een training vaak een shake.”

Niet een zak chips opentrekken dus?
“Haha. Tuurlijk wel. Ik snoep er heus wel wat bij hoor. Moet ook leven, toch?”

Heb je weleens een hongerklop gehad?
“Ja, vreselijk. Een keer reed ik tachtig kilometer op een banaan en een bak yoghurt. Na zestig kilometer was ik helemaal leeg. Net fijn. Dan fantaseer je onderweg al over wat er thuis in de kast ligt.”

Chips.
“Haha!”

Vertel eens over jouw bijzondere fiets.
“Ja! Een tijdritfiets van Romain Bardet. Mijn coach Rick had die ooit gekocht via een veiling. Toen hij merkte dat ik goed ben in tijdritten, mocht ik hem lenen. Er zit nog een stickertje van Bardet op. Die blijft zitten, natuurlijk.”

Wat zijn je sterkste punten als renner?
“Klimmen en tijdrijden dus. Ondanks dat ik vrij lang ben. Dat is soms een nadeel in afdalingen of in een sprint, maar bergop kan ik goed mijn tempo houden.”

Waar train je op klimmen als je in Friesland woont?
“Binnen, op de Tacx. Dat is een apparaat waarmee je virtueel bergen op kunt rijden. Je kunt zelfs de Ronde van Vlaanderen simuleren. Dan voel je ook echt de kasseien trillen.”

Goed materiaal is belangrijk.
“Absoluut. Die Bardet-fiets is prachtig, maar ook m’n andere racefiets is goed. En ik kreeg laatst een schoonmaakpakket van Dynamic toegestuurd. Gewoon omdat ik daar vaak bestel. Nu staat alles altijd te blinken.”

Wat zegt je omgeving over je sport?
“M’n vader is sportief, hij snapt het wel. Hij brengt me ook naar veel wedstrijden. M’n moeder vond het vooral spannend toen ik viel. Maar ze steunen me allebei.”

Ben je ook ijdel, zoals veel wielrenners?
“Ja, een beetje wel. Ik vind het mooi als alles klopt: schone fiets, strak pakje, geschoren benen. En het is ook aerodynamischer, hè. Alles voor de wattages.”

Waar ben je het meest trots op?
“Dat ik nooit opgeef. Ook niet na een val, of een slechte dag. En dat ik er plezier in heb. Want dat is het allerbelangrijkste. Als je geen lol hebt, houd je het niet vol.”

Af en toe een graai in de snoeppot moet kunnen toch?
“Helemaal mee eens!”