‘Geen preek, wel een praatje’
Leeuwarden - Johannes Theodorus Maria Jorritsma, roepnaam Sjonnie. Eigenaar van café De Pastorie, al twintig jaar een gevestigde naam in de Leeuwarder horecawereld. De hoogste tijd om hem eens goed aan de tand te voelen. Te midden van alle Mariabeelden en religieuze iconen, de Pastorie staat er vol mee, een vraag-en-antwoordverhaal met de grootste onbekende bekende van de stad. ‘Even naar Sjonnie!’

Een onbekende lokale beroemdheid dus.
“Ja, een paar dagen geleden zei een bezoeker letterlijk ‘jij bent de grootste onbekende bekende van Leeuwarden’. Vond ik wel mooi.”
Even naar Sjonnie, het is een gevleugelde uitspraak geworden.
“Haha, je spreekt het eigenlijk zonder de s uit. Dus echt als Johnny. Maar dat maakt me verder niet uit hoor. Eigenlijk ben ik helemaal geen type dat graag op de voorgrond is. Ik doe het liefst gewoon m’n werk en hoef echt niet overal mijn verhaal te vertellen.”
Waar kom je vandaan?
“Ik ben geboren in Den Helder en op mijn tiende verhuisden we met het gezin naar Spakenburg. Geboren als een van de tweeling, in een gezin van zeven kinderen.”
Zeven?
“Mijn broer en ik waren was de jongsten. Toen ik tien was, gingen de oudsten al het huis uit. Dus ik heb niet echt die volle drukte meegemaakt. Maar we hadden het goed. En ja, mijn broer en ik lijken sprekend op elkaar – alleen is hij een totaal ander type. Maar qua uiterlijk? Als hij hier binnenkomt, moeten mensen twee keer kijken.”
Hoe ben je in Leeuwarden beland?
“Ik had hier wat familie, kwam logeren en bleef hangen. Kreeg een baantje als huisknecht in het Eurohotel. Toen daar werd bezuinigd, ben ik in de Harlingerstraatweg gaan aanbellen bij mensen om werk te vragen. Schoonmaken, oppassen, koken. Van alles wat.”
Een jongen uit Spakenburg, zonder diploma’s, in Leeuwarden. Pittig.
“Klopt. LEAO gedaan, maar daar kwam weinig van terecht. Ik wilde niet de sociale dienst in. Dus ik pakte alles aan. In heb nog een tijd in het oude Leeuwarder-Courantgebouw gewerkt als schoonmaker, ’s avonds nog. Alles om maar niet stil te hoeven zitten.”
Hoe kwam het café op je pad?
“Mijn neven kochten een hoekpand aan de Nieuwesteeg. Dat werd café De Twee Gezusters. Ik werd er bedrijfsleider, samen met Johanna. Hem kende ik van het stappen.”
De beroemde Johanna die eigenlijk Johan Buiter heet en precies 25 jaar geleden veel te jong overleed. Bekend bij iedere ouwe stapper uit de stad…
“Klopt. Maar na een jaar zei Johanna: ‘Ik heb er geen zin meer in’. Dat was jammer, maar ik ben alleen doorgegaan, met een paar geweldig lieve collega’s. Een deel van hen werkt nog altijd bij me..”
Wat is het geheim van een goed café?
“Hard werken, schoonhouden en sfeer bewaken. En muziek is heel belangrijk. Ik mix alles door elkaar, en dan krijg je ook een gemengd publiek. Dat werkt goed.”
De Pastorie, dat klinkt nogal katholiek.
“Ja, maar dat is toeval. Ik zit in de Kerkstraat, vlakbij de Bagijnestraat en naast de Oldehove, wat eigenlijk ook een kerk is. Ik vond De Pastorie daarom wel een passende naam. Ik kom uit een katholiek gezin, maar het café is voor iedereen. Geen preek, wel een praatje.”
En al heel lang een begrip.
“De Twee Gezusters bestond bijna achttien jaar, De Pastorie vierde in april het twintigjarig bestaan. De tijd vliegt!”
Wat wil je dat mensen over je café zeggen?
“Dat je welkom bent en dat het er gezellig is. En dat ik gewoon m’n best doe. Meer hoeft het niet te zijn.”
Je had geen horecaervaring toen je begon.
“Nul ervaring. Helemaal niks. Maar al doende leert men. En dat bleek ook zo te zijn.”
Oh ja?
“Zeker! Op een drukke avond gebeurde het eens dat de glazen op waren waarin je normaal de bessenjenever schenkt. Zat daar een meisje van de hotelschool. Die zei: ‘Dit is niet het juiste glas.’ Ik zei: ‘Smaakt het minder?’ ‘Nee,’ zei ze. Ik zei: Zuip het dan gewoon op.’ Ja toch?”
Muziek is belangrijk, zeg je.
“Een meisje zei eens: ‘U draait echt vreselijke kutmuziek.’ Ik zei: ‘Er zijn nog 150 kroegen in de stad. Ga dan lekker daarheen.’ Zegt ze: ‘Ja, maar daar is het leeg.’
Ik zeg: ‘Dat komt door die kutmuziek van mij. Daarom zit het hier wél vol.’
Is dat dé kracht van De Pastorie?
“Onze openingstijden zijn ook belangrijk. We sluiten om tien uur ‘s avonds. Kroegen zijn nu veel te lang open.”
Waarom?
“Omdat je de drukte beter aan het begin van de avond kan hebben. Dan wordt de vooravond in Leeuwarden veel gezelliger. Weet je wat ik trouwens een geweldig publiek vindt?”
Nou?
“De bezoekers van metalfestival Into the Grave. Geweldige mensen en altijd lief.”
Toen je de pastorie begon, had je destijds al een beeld bij?
“Ja. Ik wist ongeveer hoe ik het wilde. Ik heb geld van de bank geleend en alles laten verbouwen. Het is geworden zoals ik het in mijn hoofd had.”
Alles is hetzelfde gebleven?
“Eigenlijk wel. Af en toe komt er een beeld bij, of gaat er iets weg. Maar de meeste rommeltjes zijn altijd blijven staan.”
Wat maakt iemand nou een goede barkeeper?
“Dat weet ik ook niet precies. Luisteren, geduld… maar als het druk is, redt het zichzelf. Dan hoef je even niets te zeggen en dat is soms ook wel lekker.”
Veel mensen dachten lang dat jij bij het zangduo Johnny & Johanna hoorde.
“Ja, en dat denken ze nog. Die Johnny ben ik dus niet. Want ik speel geen instrument. Hooguit af en toe op een fluitje (en John, van de herenliefde, geeft een vrolijke knipoog).”
Heb je eigenlijk nog hobby’s, naast fluitspelen?
“Wandelen. Dat maakt me rustig. Ik ben een beetje onrustig van mezelf.”
Waar wandel je graag?
“In de natuur. Dan word ik lekker moe, ga zitten, en dat geeft rust. En ik ga regelmatig naar mijn chaletje.”
Heerlijk.
“Ja, in Julianadorp, vlak bij Den Helder. Die deel ik met mijn nichtje uit Amsterdam.”
Hoe oud ben je eigenlijk?
“65.”
Je ziet er jonger uit. Wat is je geheim?
“Een beetje van dit, een beetje van dat. Af en toe naar mevrouw Koop.”
Wie is mevrouw Koop?
“Een dame die zo nu en dan een prikje zet… Schaam ik me niet voor hoor.”
Wat vind je van ouder worden?
“Niet leuk. De rust is fijn, maar de aftakeling niet. Spieren, je kont… alles wordt minder.”
Je hebt wel mooie tanden.
“Dank je. Mijn vader zei regelmatig: je mond is je sieraad. Je hebt geen sieraad nodig, als je tanden maar goed zijn.”
En een mooi bos haar ook nog.
“Haartransplantatie gehad. Anders was ik kaal. Er zitten ook wat kunsthaartjes tussen.”
Bedankt voor je openhartigheid John.
“Graag gedaan. En ik ben nu ook wel uitgeluld.”
Even naar Sjonnie








