Hoe pake vluchtte uit Jorwert en voortleeft in zijn kleindochter
JORWERT - Myrte Marije Veenbaas is geboren en getogen in de Randstad, maar haar ziel ligt in Friesland. De reden: haar familiegeschiedenis. Myrte Marije’s pake, Klaas Veenbaas, vluchtte in de oorlog voor de Duitsers vanuit zijn woonplaats Jorwert. Het liep niet goed af met pake, maar vanuit dit trauma maakt Myrte Marije kunst. Afgelopen zomer won ze een prijs met het gedicht ‘held op sokken’, en bracht zo een ode aan haar strijdbare familie.

Winter 1944. Duitse laarzen bonken tegen de deur van een huis in Jorwert. Klaas Veenbaas vlucht via de achterdeur, en rent op sokken het ondergelopen weiland op. In een ijssloot houdt hij zich schuil, terwijl de nacht boven hem kraakt en de Duitsers roepen…
Ruim tachtig jaar later struin ik over hetzelfde weiland met zijn kleindochter, dichter Myrte Marije Veenbaas. Het decor oogt vriendelijk, maar de geschiedenis blijft tastbaar. Myrte Marije voelt de vlaag van doodsangst die haar pake destijds door deze velden joeg. Zijn vlucht is familiegeschiedenis én inspiratiebron voor haar werk.
Nadat we de pleats (boerderij, red.) waar Veenbaas geboren is hebben bekeken, wandelen Myrte Marije en ik met de huidige bewoner - Sake Castelein - naar de greide (weiland, red.). Myrte wijst naar de sloot voor een huizenrij: “Uit dit huis vluchtte pake, en in deze ijssloot bij een ‘stap’ (wassteiger, red.) verstopte hij zich.”
De bewuste nacht had Veenbaas voor één keer zijn schuilplaats in de kerk van Jorwert verlaten. Het werd het begin van zijn ondergang. “Aufmachen, mitkommen!” schreeuwden de Duitsers. Hij loog dat hij schoenen zou aantrekken, en vluchtte op sokken het weiland in. In het ijswater wachtte hij tot de kust veilig leek. Hierna strompelde hij door het ondergelopen weiland, tot hij onderkoeld in een naburig huis werd opgevangen.
Dat huis is verdwenen; onkruid heeft de plek ingenomen.
Angst om gek te worden
Terwijl we haar pake’s vluchtroute reconstrueren, vertelt Myrte Marije hoe de gebeurtenis zijn sporen in de familie heeft nagelaten. “Die doodsangst is allesbepalend geweest. Oog in oog staan met de vijand en nét wegkomen. Over die klap is pake nooit heen gekomen.” Haar vader en ooms groeiden op zonder een stabiele vader.
Ook in de volgende generaties keerde de angst terug. “Mijn vader kreeg rond zijn veertigste dezelfde vrees om zijn geest te verliezen als pake destijds. Dat voelde ik als kind sterk aan. Vanaf mijn zeventiende kreeg ik paniekaanvallen, later werd dat sterker. Rond mijn vijfendertigste had ik er het hevigst last van.” Een oudoom overleed in de inrichting in Franeker. Het is intergenerationeel trauma (de overdracht van psychologische wonden van generatie op generatie, red.). Klaas Veenbaas draaide door na de oorlog en werd nooit meer de oude.
Hoe ga je om met die erfenis?
Verwerking en herkenning
Vijf jaar geleden had Myrte Marije deze wandeling niet kunnen maken. Toen zat ze midden in haar eigen worsteling met angsten en paniekaanvallen. “Het blijft altijd een thema in de familie. Nu kan ik erover praten en erover dichten. In het Frysk voelen mijn familieleden dichterbij, het was hun taal.”
Ze herkent elementen van pake in zichzelf. “Hij was vurig, gevoelig, fanatiek. Dat heb ik ook: ik fiets en schaats veel. Hij was, net als ik, van het hele correcte Fries. We zijn beiden wat dwangmatig. We delen dezelfde honger naar boeken en leren. Mijn vader zegt, als ik zijn Fries verbeter, gekscherend: ‘Klaas Veenbaas is weder opgestaan.’”
Pakes karakter brak onder de last van de oorlog, maar uit die tragiek put Myrte de kracht om de familiegeschiedenis te vereeuwigen in haar boek Tussen oorijzer en strijd.
Myrte Marije is geboren en getogen in de Randstad. Hoe leef je als Amsterdammer met een Friese ziel?
Heimwee naar Friesland
Fries erfgoed was altijd aanwezig in haar familie. In Amstelveen hing er bij haar eindexamen een Friese vlag, werd er Fries gezongen en er waren Friese Sinterklaasgedichten. Haar vader had drie decennia lang heimwee naar ‘It Heitelân’. “Er was geen universiteit in Friesland,” zegt Myrte Marije. “Mijn vader ging studeren in Amsterdam en ontmoette daar mijn moeder. Zo gaat het vaker: jongeren vertrekken voor een opleiding en keren niet terug. Dat verklaart deels de leegloop van dorpen.”
Het moment dat ze zich sterk Fries voelde herinnert ze zich goed: “Ik was een jaar of vier toen ik bij pake en beppe aan het Van Harinxmakanaal boten voorbij zag varen. De schepen met de Friese vlag waren de ‘lieve boten’. Alles klonk zachter en warmer in het Fries, het bood veiligheid, alsof ik onderdeel was van iets kostbaars.”
Het verlangen naar Friesland is sindsdien gebleven. Het liefst verblijft ze er vier zomermaanden per jaar: “De winters vind ik guur, maar de weidsheid past bij mij. Tegelijkertijd biedt Amsterdam een unieke vrijheid: daar kan ik in een glitterpak en met paars haar de straat op, zonder dat iemand kijkt. Die anonimiteit is heerlijk. In Friesland zou ik in een dorp gaan wonen, en dat brengt sociale controle met zich mee. Ik sluit niet uit dat ik ooit verhuis, maar zolang mijn naasten in de Randstad wonen, blijf ik.”
Opnieuw verraden
Na zijn vlucht uit Jorwert vond pake onderdak bij zijn zus in Oosterwierum. Hij arriveerde met het angst schuim om de lippen. Het ging opnieuw mis: “Op een avond hoorden ze laarzen op het grind,” vertelt Myrte. “Een nichtje, dat met hem in één bedstee sliep, kon de Duitsers vertellen dat zij er alleen lag. Maar de Duitsers bleven komen. Een zwager herkende in het maanlicht de verrader, die later berecht is.”
Pake wist te ontkomen en verstopte zich onder een koeienstal. Zijn zus en haar gezin zetten hun leven op het spel, dit feit verbond de familie sterk met elkaar. Later schuilde pake nog bij drie verschillende ooms; nergens kon hij lang blijven. Hij kampte toen al met hevig wantrouwen, maar er was hoop dat dit zou veranderen. Zo schreef Myrte’s beppe haar schoonzus: “Hij zei dat hij het vertrouwen in zijn naasten weer terug had en dat als een kostbaar geschenk mee terug zou nemen naar Jorwert.”
Maar, terwijl de oorlog eindigde, begon voor pake de ondergang.
De instorting van Klaas Veenbaas
Na de oorlog poogde Klaas Veenbaas zijn plaats in de maatschappij terug te vinden. Hij ging door als onderdirecteur van de zuivelfabriek in Weidum. Als verzetsstrijder was Veenbaas leider van de melkstaking, als secretaris van de Fries Nationale Bond weigerde hij resoluut samen te werken met de bezetter. Toen de bondleden verplicht in het Nederlands moesten corresponderen, hield hij vast aan het Fries. Het leverde hem de reputatie op van dwarsligger. De NSB-burgemeester van Baarderadiel sprak zelfs de woorden: “Hang Veenbaas aan de hoogste boom.”
Achter die onverzettelijkheid voltrok zich een neerwaartse spiraal. Veenbaas werd opgenomen op psychiatrie in Heerenveen, keerde terug en trouwde in 1946 met Tsjerkje Hoogstins. Hierna ging hij snel achteruit. Rond 1949 kreeg Veenbaas achtervolgingswanen en werd hij extreem opvliegend. Hij verloor het contact met de werkelijkheid en viel zelfs zijn vrouw aan, die toen twee baby’s had.
Een opname in het ‘krankzinnigengesticht’ te Franeker werd onvermijdelijk. Daar verbleef hij jaren, tot hij na een lobotomie (brute chirurgische ingreep in de hersenen, red.) naar huis mocht. Dankzij de kracht en warmte van zijn vrouw functioneerde hij enigszins in de maatschappij, maar nooit meer op zijn oude niveau. Myrte Marije: “Voor iemand met een hbs opleiding en een carrière als onderdirecteur was het vernederend om via steun (van Stichting 1940-1945, red.) gemeentelijk tuinman te worden. Pake was definitief afgegleden.”
Liefde voor beppe
“Het gaat steeds over pake, maar beppe was de ‘manager’ die het zooitje bij elkaar hield. Zij was enorm warm en knuffelde veel, ongewoon voor die tijd. Beppe is misschien de belangrijkste reden dat ik zo van het Fries ben. Zij was mijn idool. De dichtregels ‘haar machtige armen dragen / heel het dorp’ (Jabik Veenbaas), staan voor mij voor beppe.
Erkenning
In augustus was Myrte Marije met ‘held op sokken’ een van vijf winnaars van poëziewedstrijd de Gjalp, waarbij dichters teksten konden insturen bij beelden uit het Frysk Film & Audio Argyf. “De kaatsers op sokken uit de PC in 1946 linkte ik aan pake, zelf fanatiek kaatser en kaatskoning in zijn omgeving. Hij zat in het verzet en durfde de Duitsers te misleiden door te liegen dat hij schoenen zocht, terwijl hij op sokken vluchtte. Tegelijkertijd werd hij onhandelbaar en had uiteindelijk meer angst dan een ‘held op sokken’.”
Strofe uit ‘held op sokken’:
de slach is foar de held op sokken yn ’e loop nei it frentsjerter gesticht fier oer de boppe feecht er de bal
Grutsk
We eindigen in café Het Wapen van Baarderadeel in Jorwert, waar pake naar eigen zeggen nuchter bleef na dertig borrels. Myrte Marije lacht: “Die bravoure! Toch zou ik hem nu willen zeggen hoe dankbaar ik ben. Als hij wist dat ik in de Friese literatuur werk, zou hij omvallen van ‘grutskens’.”
Tsjoch!
Tekst en foto’s Marije de Lange















