Linda van Dierenasiel De Wissel: ‘Dit is geen nare plek waar honden afgemaakt worden
LEEUARDEN - Langzitters, dieren die loskomen van hun verleden, een tweede piek in kittens… In dierenasiel De Wissel gebeurt altijd van alles onder de zorg van vrijwilligers en medewerkers. En niet alleen op Dierendag (4 oktober). Algemeen medewerker Linda Colijn is één van die mensen. Zij hoopt dat het hardnekkige beeld dat een asiel een nare plek is, verandert. “Je ziet dieren hier beter worden.”

Negentien jaar werkt Linda al bij Dierenasiel en Dierenambulance De Wissel in Leeuwarden. Ze had net haar opleidingen Dierverzorging, Paraveterinair en Diermanagement afgerond toen ze er in 2007 startte. “Ik vind het heerlijk om met dieren en in een asiel te werken”, vertelt ze. “Het beeld van een asiel is nog vaak dat het een nare plek is en dat, zoals in Amerika, honden afgemaakt worden als ze er tien dagen of langer zitten. Dat klopt niet. We laten een dier alleen inslapen als er teveel lijden is. Of in heel uitzonderlijke gevallen van flinke agressie. Daar gaat heel veel overleg aan vooraf. Maar nóóit omdat ze hier te lang zitten.”
Linda ervaart dagelijks wat een asiel voor dieren kan doen. “Je ziet ze eindelijk dingen loslaten als ze hier zijn: verwaarlozing, honger, angst… Ze worden hier beter, hun gedrag verandert, hun welzijn neemt toe. Geweldig om een hond of kat te zien opknappen.”
CORONADIEREN
Vorig jaar werden ruim 750 dieren opgevangen bij De Wissel en op dit moment zitten er vijftien honden, 53 katten (inclusief kittens, verdeeld over gastgezinnen), een paar kippen en zestien konijnen/ Die laatste groep is de afgelopen jaren flink toegenomen. Linda: “Het konijn is het meest ondergewaardeerde huisdier. Vooral na de coronapandemie kwamen er veel bij ons binnen. In grote steden werden toen ook veel honden gebracht. Bij ons viel dat gelukkig mee.”
Hoewel er altijd animo is voor katten, verblijven veel honden tegenwoordig langer in het asiel. Linda: “Iets moeilijkere honden vonden vroeger altijd een thuis. Maar een jaar of vijf geleden, was er een omslag, waardoor ze nu veel langer bij ons zitten. Mensen lijken vaker het perfecte plaatje te zoeken. Ik denk dat internet en social media hieraan bijdragen, waar je vaak filmpjes te zien krijgt van ‘perfecte honden’ die goed getraind zijn.”
“Het lijkt of mensen nu minder zin te hebben om veel tijd in trainen te steken. Jammer, want juist met deze honden kun je een sterke band opbouwen. Mijn eerste hond kwam hier vandaan. Ik heb heel veel geleerd over gedrag en training en ook de hond leerde veel. Doordat we daar samen aan werkten, werden we heel hecht. Ik vond het zo mooi om hem te zien opknappen.”
OEKRAÏENSE BORIS
De Oekraïense Boris is ook zo’n langzitter. Linda: “We hebben hier allemaal een zwak voor de langzitters. Boris kwam als pup naar Nederland en woonde jaren bij een fantastisch baasje. Tot die te ziek werd om voor hem te zorgen en afstand moest doen. Boris is kampioen knuffelen. Hij heeft wel een aandachtspuntje in zijn gedrag, dat staat bij zijn foto op onze site.”
Iedere zomer lees je in de media over dierenasielen die worden overspoeld door kittens. Het blijft echter niet meer bij deze piek in de zomer. Linda: “Het kittenseizoen liep altijd van mei tot en met oktober. Nu begint hij eerder en is er in oktober een tweede piek. De winters zijn minder streng en poezen hebben zich goed aangepast aan wonen in huizen. Er is op natuurlijk gebied, minder noodzaak om alleen in de zomerperiode kittens groot te brengen. Dat zie je bij meer gedomesticeerde dieren.”
PLEEGGEZINNEN VOOR KITTENS
Gelukkig kan het asiel gebruik maken van pleeggezinnen waar moederpoes en kittens kunnen opgroeien. “Dat geeft ze een fijne, huiselijke omgeving en ze wennen meteen aan mensen. Plus we kunnen de zorg in het asiel beter aan met onze vrijwilligers.” Een groep waar ze erg blij mee is.
“Bij asielen is altijd een geldtekort. Dus kunnen we het niet alleen met betaalde krachten redden. We kunnen overigens altijd nieuwe vrijwilligers gebruiken. Het is fantastisch wat ze doen. Ze offeren hun vrije tijd op om dieren te helpen. Ze zijn er in alle leeftijden, van zestien tot en met tachtig jaar en uit alle lagen van de samenleving. Onderling gaat iedereen heel fijn met elkaar om en er ontstaan vriendschappen. Je ziet mensen ook opknappen. Een asiel is niet alleen een plek waar dieren kunnen opbloeien.”












