Journalist Alfred Lehmann nu reisleider Curaçao: ‘Nederlanders zijn te gierig’
LEEUWARDEN - Alfred Lehmann gooide een jaar geleden het roer rigoureus om. Na een periode vol tegenslag - corona, een zware nekoperatie, een herseninfarct en een scheiding - verruilde de voormalig (sport)journalist uit Leeuwarden, bekend van onder meer Huis Aan Huis Leeuwarden, Nederland voor Curaçao.

Daar vond hij nieuw ritme én plezier. Tegenwoordig werkt hij er als reisleider en verzorgt hij rondleidingen onder de naam Alfred Amsterdam. Hij schakelt moeiteloos tussen talen - veel Duits, Engels en Nederlands - en als het gezelschap erom vraagt, zelfs een beetje Liwwadders. Praten, ouwehoeren en verhalen maken: het blijkt ook onder de Caribische zon precies te passen. GrootLeeuwarden legde een verbinding naar het vakantie-eiland en sprak hem uitgebreid.
Eerlijk zeggen: mis je de Oldehove ook?
“Nee, ik mis de Oldehove niet. Als ik dat scheve ding zie, weet ik dat ik terug ben in Leeuwarden, de stad waar ik veel van hou. Maar meer dan een mooi symbool is het niet. Een oude toren, een koud, kil, stenen gebouw dat je niet kunt knuffelen, waar je niet mee kunt praten of liefde van terug krijgt. Ik mis mijn kinderen, kleinkinderen, pleegkinderen, mijn vrienden, de biljartclub, mijn avondje Cambuur in het oude stadion en een drankje doen in gezellige kroegen als De Prins, Het Wapen, Oranje Bierhuis, skûtsjesilen of gewoon lekker varen.”
Word je dan niet gek van die wind?
“Het waait altijd op Curaçao. Dat is juist lekker want elke dag is het tussen de 29 en 31 graden. Zonder wind of airco, thuis of in de auto, is het bijna niet te doen.”
Nu heet je Alfred Amsterdam, las ik erg. Leuke titel.
“Ik ben niet van titels, van status. Ik heb verschillende bijnamen. Blijkbaar vinden mensen het leuk om mij een bijnaam te geven. Mijn vrienden in Twente noemen me ‘ouwe’, dat heeft met mijn diensttijd te maken. In Ghana noemen ze mij Kwadjo, dat betekent geboren op maandag. Toen ik bij de Leeuwarder Courant werkte, was het ‘Kwak’, van Alfred Jodocus Kwak, en hier op Curaçao noemen veel bekenden en vrienden mij ‘Pasta’. Op bijna elke menukaart staat Pasta Alfredo, daardoor. En voor de Duitse toeristen ben ik ‘der Rudi Carrell von Curaçao’.
Al in het nieuwe stadion van Cambuur geweest?
“In maart vorig jaar ben ik voor het eerst in het nieuwe Cambuurstadion geweest. Trainer Henk de Jong had toen kaarten voor mij geregeld. Een prachtig stadion, al heb ik meer met het oude aan het Cambuurplein. Helaas is dat er niet meer. Daar heb ik prachtige dingen beleefd. Het is geweldig dat Cambuur het zo goed doet, dat zal altijd mijn club blijven.
Ik wou graag mijn stoeltje uit het Cambuurstadion hebben, maar omdat ik op Curaçao woon, is dat niet gelukt. Ik heb in Nederland nog wel wat oude Cambuurshirts. Onder andere een oud keepersshirt van Wim de Ron en een heel mooi shirt van Willem van der Ark. Een goede spits, top gozer, bijna twee meter lang, die in 1989 een prachtige overstap maakte naar het Schotse Aberdeen. Op Harry van der Laan en Robert Mühren na, de beste spits die we hebben gehad. Ook een goede makelaar trouwens. Werkte bij Dirk Hoekstra.”
Nu we het er toch over hebben: welke herinnering aan jouw cluppie koester je nog elke dag?
“Ik heb heel veel mooie herinneringen aan Cambuur. De kampioenschappen in 1992, 1998, 2013 en 2021, nadat we in 2020 ook al kampioen waren. Maar dat kampioenschap werd nietig verklaard vanwege corona. Dat was echt kut. Toen heb ik nog meegewerkt aan het protestlied ‘We worden genaaid’ van Frans van den Borg. Alle overwinningen op DKV waren geweldig en niet te vergeten de 2-0 winst op wereldkampioen Ajax in een roetkoud stadion, nu 30 jaar geleden. Goals van René van Rijswijk en Milco Pieren. Pracht interview gedaan met Louis van Gaal (hij vond het niet leuk). En natuurlijk alle belevenissen in de CMK, achter de Oosttribune, een geweldige zakenclub en de actie ‘We zien elkaar op de Middenstip’ die ik samen met vriend Lute Spandaw opgezet heb. Miljoenen opgehaald voor onze failliete club door middel van de verkoop van certificaten en aandelen voor bedrijven.”
Je geeft rondleidingen op het eiland. Hoe zien die eruit?
“Ik ben gids op Curaçao. We doen city & beach tours. Met een touringcar. We laten mensen de bezienswaardigheden op het eiland zien, gaan naar de stranden en vertellen wat over de geschiedenis. Dat alles met grappen en grollen. Een tour moet nuttige informatie bevatten maar de toeristen moeten het ook leuk hebben. Er moet wat te lachen zijn. ‘Wist u dat de bijnaam van onze chauffeur Stevie Wonder is…’ ‘Als u een vraag hebt, vraag het niet aan mij maar kijk op Google…’ ‘Ik praat Nederlands met de chauffeur en als we Nederlands praten, gaat het over jullie.’ Zin en onzin door elkaar.”
Om er voorgoed vanaf te zijn: wie maken het meeste lawaai, de Nederlanders of Duitsers?
“Er gaan niet veel Nederlanders met de tour mee. Die zijn te gierig. Wel veel Amerikanen, Canadezen en Duitsers. Duitsers praten veel, het is meer schreeuwen, maar als ik vertel dat Curaçao zich gekwalificeerd heeft voor het WK voetbal, onze eerste wedstrijd tegen Duitsland is, en dat we die gaan winnen, zijn ze vaak ineens stil. Ik gok zelf op een gelijkspel.”
Straks het WK voetbal, met ook Curaçao aan de aftrap: hoe gek wordt het eiland straks?
“Elke wedstrijd is prachtig. Het is de eerste maal dat Curaçao deelneemt aan een WK voetbal en het leeft hier enorm op het eiland. Het wordt een gekkenboel, dat kan ik je verzekeren.
Als Curaçao tegen Oranje speelt, hoop ik dat The Blue Wave, dat Curaçao, wint. We zijn moeilijk te verslaan, onze Dick heeft het goed staan en als Cambuur van een wereldkampioen kan winnen waarom maken wij dan geen kans tegen het Nederlands Elftal? Zo goed is Oranje niet. Ook support ik Schotland en Marokko. Mijn familie heeft roots in beide landen. Het wordt een mooi WK en ik ga alles kijken. In geel-blauw, de kleuren van Curaçao en ook de kleuren van Leeuwarden en Cambuur. Dat kan geen toeval zijn. Het geel en blauw zit in mijn bloed.”















