Algemeen

De Butterhoek is van de wereld verdwenen

LEEUWARDEN “Het is hier bijna net zo vol als in de Butterhoek toen.” Nadat hij veel extra stoelen heeft geplaatst verwelkomt directeur Meindert Seffinga van het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) al die Leeuwarders die zijn afgekomen op een middag over de Boterhoek. Columnist Asing Walthaus interviewt Pieter de Goot, zijn collega bij de Leeuwarder Courant, en Baukje de Vries, bekend horeca-onderneemster in de stad. Beide zijn in de Butterhoek opgegroeid.

Asing Walthaus interviewt Baukje de Vries en Pieter de Groot.
Asing Walthaus interviewt Baukje de Vries en Pieter de Groot. Ate de Jong

Tekst Ate de Jong

De Leeuwarder Butterhoek (Boterhoek), aan de voet van de Oldehove, was ooit een spraakmakend stukje binnenstad. De gezinnen waren groot, de huisjes klein. Het buurtgevoel was sterk: mensen kenden elkaar, hielpen elkaar, en kinderen speelden op straat. Er waren veel kleine winkeltjes, werkplaatsen en cafés. De kroegen trokken arbeiders, schippers en marktbezoekers. De buurt had een reputatie als ruig of volks.

Pieter de Groot werd er in 1946 geboren, Baukje de Vries in 1952. Waar zij ooit opgroeiden staan nu het nieuwe Stadskantoor, de AFÛK en Tresoar. Het lijkt een eeuw geleden, in hun jeugd zag het er volstrekt anders uit.

Jenever per petroleumkan
Met interviewer Asing Walthaus kijken ze terug. En alles komt voorbij. De middag in februari bij Tresoar heeft een groot “Och heden ja”-karakter. De bijnamen, die Butterhoeksters voor elkaar bedachten, de jenever die per petroleumkan werd gehaald, de armoede en toch ook – of juist? – de uitbundige oudejaarsavonden bij de Oldehove, en ja, ook de dingen die het daglicht niet konden verdragen.

Baukje de Vries, openhartig: “Mijn vader heeft er nooit over willen praten, maar er waren wel vier, vijf verschillende vaders van zijn zusters en broers. Dus het was niet allemaal zuivere koffie.”

Naast Piet Rozendaal
Pieter de Groot trof het. Op de lagere school kwam Piet Rozendaal naast hem zitten, de latere bokser. Piet stelde één voorwaarde: hij zou bij Pieter mogen spieken. Op zijn beurt zou hij Pieter dan wat beschermen. Een eigen bodyguard, in een buurt waar regelmatig klappen vielen. Een goede deal voor Pieter: “Ik heb nooit meegemaakt dat er werd geschoten, maar vecht- en steekpartijen, ook tegen andere volksbuurten, kwamen regelmatig voor.”

En er waren vrouwen, “zzp’ers zeg maar,” zegt Asing Walthuis. Ze paradeerden bij de ingangen van de cafés. “Logisch,” zegt Baukje, “er waren veel kroegen, dus veel mannen. En dan is het een kwestie van vraag en aanbod.” 

Niemand meer dan een ander
Welke levenslessen hebben Pieter en Baukje opgedaan in de Butterhoek? Pieter zegt dat hij een gezond wantrouwen heeft meegekregen en de overtuiging dat niemand meer is dan een ander en dat je dus bij niemand hoeft op te kijken. “Ik had vroeger wel moeite met mijn afkomst,” zegt Baukje, ”maar nu niet meer. Het is wat het is.”

Een humorist in de zaal vraagt of de uitdrukking “zo geil als boter” met de Butterhoek te maken heeft. Asing Walthaus reageert mooi droog: “Ik denk dat het een eerbetoon aan de zuivelindustrie is.” 

Er is nu een brede Groeneweg, maar geen tuinpad van hun vader; één huis, een tegel met een gedicht, dat is het. Verder is de buurt plat. De buren even verderop, de Oranjes, worden breeduit geëerd met een portrettengalerij aan de muur van restaurant de Hofdame en kijken uit over het Oldehoofsterkerkhof. De Butterhoek is van de wereld verdwenen. Is het geen tijd voor een gedenkteken? Een monument voor mededogen en respect voor de dagelijkse moed van mensen in de strijd om het bestaan? 

Baukje de Vries zegt: “Een middag als deze, waar de verhalen van de Butterhoek worden levend gehouden. Misschien is dat wel een mooi monument.”

De schaamte voorbij
Pieter de Groot vertelt dat er in 2002 een reünie van oud-Butterhoekers werd gehouden. De organisatoren maakten zich zorgen: zou de schaamte om hun afkomst mensen thuishouden? Maar – net als Baukje – de mensen waren de schaamte voorbij. Jij hebt er toch niet voor gekozen om in de Butterhoek te worden geboren? De belangstelling voor de reünie was groot.

Aan het eind van de bijeenkomst treft zanger Arnold de Jong de aanwezigen in het hart met het Leeuwardenlied: “Leeuwarden, Leeuwarden altijd in mijn dromen, Leeuwarden hart van het mooie Friese land.” De makers hadden destijds de pretentie een soort van “Aan de Amsterdamse grachten” te maken, maar die status heeft het lied nooit gekregen, ook niet toen Hendrik ten Hoeve zijn Liwwadder rubriek bij Omrop Fryslân standaard met het lied begon. 

Schilderij van Elsinga
En er wordt een schilderij van de Buttershoek onthuld uit 1924 van Johannes Elsinga (1893-1969). Directeur Seffinga wijst op twee kleine geitjes op het schilderiij: “De koeien van de armen toen.” Hij toont het schilderij met trots. Het HCL is bij met deze nieuwe aanwinst. Toch een monument?

Baukje de Vries en Pieter de Groot in gesprek over de Butterhoek, waar zij opgroeiden.
De nieuwste aanwinst van het HCL: een schilderij van de Buttershoek uit 1924 van Johannes Elsinga.