Algemeen

Hoe is het met Renato Meloni, na de brand Sardegna?

LEEUWARDEN - In de nacht van 13 januari ging pizzeria Sardegna in de Grote Hoogstraat in Leeuwarden in vlammen op. En daarmee 45 jaar familiegeschiedenis. Voor eigenaar Renato Meloni (45) voelde het alsof hij gewist werd. Hoe is het nu, twee maanden later, met hem? GrootLeeuwarden bood hem een etentje aan. Pizza natuurlijk.

Renato Meloni (links) eet in Pompeï een pizza met Ate de Jong.
Renato Meloni (links) eet in Pompeï een pizza met Ate de Jong. Rosa Droog

Tekst Ate de Jong, foto’s Rosa Droog

In 1979 betrok zijn vader, Dante Meloni, het pand. Met familie en vrienden bouwde hij een pizzeria. Het was zijn trots en heiligdom. De Grote Hoogstraat had niet een al te beste naam, maar Dante zorgde dat vervelende gasten niet binnenkwamen. De eerste jaren had hij een bijl onder de toonbank.

In 2011 nam Renato, zijn zoon, het bedrijf over. Hij moderniseerde de keuken en de bar, maar uit respect voor zijn vader bleef de zaal dezelfde. Die zaal was eigenhandig gemaakt door zijn vader. De zaal was de ziel van de zaak. 

Royale pizza’s, redelijke prijs
Sardegna stond bekend als de pizzeria waar je royale pizza’s tegen een redelijke prijs krijgt. Dat had Dante zijn zoon meegegeven: “Als er gegeten wordt, dan moet er voldoende zijn.” En wat de prijs betreft? Renato hoort veel geklaag om zich heen, dat het eten in Leeuwarden te duur is. Heeft hij wel begrip voor. Hij probeert aan die trend niet mee te doen. Overigens redeneert hij ook nuchter dat de marges vooral in de flessen wijn, rosé en limoencello gehaald moeten worden. In de horeca zeggen ze: “De gasten eten je arm en drinken je rijk.”

Hij werkt hard, is trots op zijn zaak, maar zal zichzelf niet snel op de borst kloppen. Dat deed zijn vader ook niet. Die kocht aan het eind van zijn leven weliswaar een goudkleurige BMW en later nog een Mercedes, maar het waren beide tweedehands bakken. 

‘Je toko staat in lichterlaaie’
Na de moeilijke coronajaren liep Sardegna weer als vanouds. De flow was terug. En toen ging de telefoon. Middenin de nacht. Benjamin, een buurman verderop, belde: “Je toko staat in lichterlaaie.”

Renato: “Op dat moment sta je aan, je hebt koude rillingen, je wilt naar je toko en gaat al vloekend de trap af. Het ijzelde die nacht, ik bedacht nog: ‘Nu niet de bocht uitvliegen.’ Ik ben in soort van slomostand hier heen gereden terwijl je het liefst met 180 kilometer over de Aldlânsdyk wilt vliegen. Onderweg belde Benjamin opnieuw om te zeggen dat iedereen uit de panden was. Dat was natuurlijk heel goed nieuws. Heel mooi ook dat Benjamin dat direct doorgaf. Toen ik daar aankwam, al die mensen, was hij ook degene die me opving. Koffie. We staarden elkaar aan en hij zei: ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen.’ Ik zei: ’Ik ook niet.’ Het was zo onwerkelijk.”

Stalen ballen
“Ik zag de vlammen. De brandweermannen op die hoogwerker. Ik kon alleen maar staren. Ik was helemaal stil. Op onze site hebben we de brandweermannen later bedankt voor hun moed. Op die hoogte, met die vlammen, die hitte. Ik ben heus niet snel bang, maar Ik had niet in hun schoenen willen staan. Die mannen hebben stalen ballen. Respect, heel veel respect.” 

Sardegna was weg, de schade bij de buren was groot, Renato was verbijsterd. Debiel, zegt hij zelf. “Zo niet te bevatten. Schakelen tussen rationeel denken en emotie, realiseren wat je allemaal hebt verloren.” 

Een verhoor, bizar
In die gemoedstoestand werd hij ondervraagd door een onderzoeksteam van de verzekeringen. En hij snapt het wel, er wordt veel gefraudeerd, en die mensen moeten hun werk ook doen, maar je mag toch wel enig invoelend vermogen verwachten? Vijf uur werd hij verhoord, want zo heeft hij het ervaren. Een verhoor. Dat wantrouwen. De vragen tot in het kleinste details over de inrichting van de pizzeria. Over de relaties met de leveranciers, over zijn thuissituatie. “En ze legden mij woorden in de mond.” zegt hij. Hij ervoer geen enkel begrip. Niets. Nada. Hij dacht dat je in dit land onschuldig was tot je schuld is bewezen. Vergeet het. Het was de omgekeerde wereld. “Surrealistisch,” zegt hij, “bizar.” Het raakte hem diep, nu – twee maanden later – nog.

Inmiddels is bekend dat de oorzaak van de brand een kortsluiting was.

Veel persoonlijke zaken gingen in vlammen op. Plakboeken, een shirt van een belangrijke voetbalwedstrijd, het leren tasje dat zijn - inmiddels overleden - vader altijd meenam op vakantie. “Het voelt alsof je gewist wordt,” zegt Renato. Ook de urn met de as van zijn vader verdween in het puin. Ooit herrijst Sardegna dus op de as van zijn vader, de oprichter. En dat vindt Renato dan wel weer een mooie, troostrijke gedachte.

Enorm troostrijk en hartverwarmend waren ook de reacties van vrienden, kennissen en klanten. “Dan kwam ik ‘s avonds murw geslagen thuis, plofte op de bank en dan al die appjes en berichten op de socials. Honderden per dag. Dat ik het verdriet niet alleen hoefde te dragen. Iemand schreef: ‘Pizzeria Sardegna is niet de locatie, maar dat ben jij.’ Ja, dat kwam wel even binnen. Kippenvel. En ook verdriet, maar dat is mooi verdriet. Dat geeft kracht en dan wil je door.”

Crowdfunding
Al snel werd duidelijk dat de verzekering niet alle schade zou dekken. Riccardo, de broer van Renato, startte een crowdfunding. En er gebeurde een wonder. Binnen een week was er € 30.000 gedoneerd. Mensen stortten honderden en duizenden euro’s. Kinderen van de Wynwizer, de school van zijn dochters, zamelden € 2.850 in. Er was een anonieme gift van € 2.750. Geen idee van wie. Maar dat vindt hij ook wel weer heel mooi, dat hij dat niet weet.

Duizend euro van de collega’s van Pompeï, daarom zitten we nu hier. En om de geur van pizza’s, want oh wat rook dat lekker toen hij bij Pompeï binnenstapte. Een tientje van de één vindt hij trouwens echt niet meer dan duizend euro van een ander. Hij kreeg vijftig euro van mensen waarvan hij weet dat dat hun weekinkomen is, dat ze daar een week van moeten eten. Inmiddels is er € 55.000 binnen. Renato kan het nog steeds amper geloven. Dat mensen zo gigantisch met hem meeleven.

Doorstart
Er komt ontzettend veel op hem af. Organisatorisch, financieel. Mailen, bellen, regelen. Maar hij denkt dat Sardegna binnen twee, tweeënhalf jaar, weer is opgebouwd. Hij heeft vroeger nog een jaar binnenhuisarchitectuur gestudeerd, dat komt nu mooi van pas. Maar hij wil het liefst zo snel mogelijk weer zijn eigen geld verdienen. Dat gaat ook gebeuren. Op 1 april is de doorstart van Sardegna op een tijdelijke locatie: in pizzeria Italië op de Voorstreek. 

Dus, hoe is het nu met hem? Hij heeft goede, maar ook slechte dagen. Maar gelukkig zijn er dan zijn dochters, van vijf en tien jaar. Laatst had hij een offday. Zei een van de meisjes kinderlijk eenvoudig: “Maar papa, we gaan toch gewoon een nieuwe pizzeria bouwen? Ik help wel mee.” “Tuurlijk,” zei Renato, “gaan we doen.”

Het pand van Sardegna, enkele weken na de brand.
Renato Meloni luistert aandachtig.