Algemeen

Formule 1-journalist Gerard Bos: “Bij de derde keer Lewis Hamilton denk je: ‘Mag ik er langs, ik moet aan het werk’”

Door: Radboud Droog

Gerard Bos werd precies wat hij wilde worden. Op de lagere school in Surhuisterveen schreef hij graag voor de schoolkrant. Hij zorgde voor de meeste wedstrijdverslagen van zijn voetbalteam. Een beroepentest bevestigde later die gekoesterde wens: sportjournalist. En hij maakte het volledig waar. Bos (44) reist al drie jaar voor het populaire FORMULE 1 Magazine en Formule 1.nl de hele wereld over. “Ja, Max is echt de allerbeste.”

Op de redactie van FORMULE 1 Magazine.
Op de redactie van FORMULE 1 Magazine. Eigen foto

Het kan dus verkeren. Zijn carrière in een notendop: na de School voor Journalistiek in Zwolle – met een stage bij het Dagblad van het Noorden – vond hij zijn eerste baan bij het Friesch Dagblad. In de twaalf jaar dat hij er werkte, interviewde hij honderden sporters en trainers. Hij bezocht kleine en grote evenementen. Hoogtepunt was zijn bezoek aan het EK voetbal in Zwitserland en Oostenrijk, in 2008. Het was het toernooi waar Oranje onder leiding van bondscoach Marco van Basten indruk maakte tegen Italië (3-0) en Frankrijk (4-1).

Als een kind in de snoepwinkel: laverend tussen de internationale media, genietend vanaf de perstribune van Stade de Suisse in Bern, verhalen schrijven over de Oranjesupporters uit Friesland. “Toen voelde ik het wel”, zegt Bos, “dat had die jongen uit Surhuisterveen dan toch maar mooi geflikt.” Voor een relatief kort ogenblik verliet hij de journalistiek en werd communicatiemedewerker bij GGZ Friesland. Het was een flirt die de warme gevoelens voor een functie elders nauwelijks aanwakkerde: Bos voelde zich veel meer thuis in de boezem van het schrijfwerk en keerde derhalve terug als sportverslaggever bij de Leeuwarder Courant.

Hertenkamp

Als freelancer op de sportredactie volgde hij nauwgezet de verrichtingen van Cambuur en maakte met veel plezier onder meer een podcast over de club. ‘Hertenkamp’, een titel die door Bos is bedacht, werd samen met tafelgast René van der Weij een van de best beluisterde audiostreams over de Leeuwarder voetbalclub.

Toen een vaste betrekking bij de sportredactie aan zijn neus voorbijging – “jammer, het kwam er niet van, maar dat was mooi geweest” – dreigde voor het eerst een gedwongen sabbatical. Maar alsof het zo had moeten zijn, zag hij eind 2022 de vacature van Formule 1 Magazine. Een paar maanden later meldde hij zich bij de balie van zijn hotel in Azerbeidzjan voor zijn eerste Formule 1 Grand Prix. Een verhaal over hoe de snoepwinkel uitgroeide tot een producent van overdadige lekkernijen. Want Gerard Bos vliegt de hele wereld over en leeft zijn droom. Toch? “Als je Hamilton vaak tegenkomt in de paddock, gaat dat natuurlijk ook een beetje wennen.”


Max Verstappen en zijn team na het winnen van zijn vierde wereldtitel. - Eigen foto

Hoe herinner jij je eerste Formule 1-grand prix?

“Dat was Bakoe, Azerbeidzjan. In april 2023. Een stratencircuit, midden in een bizarre stad vol contrasten. Je weet op voorhand dat alles daar nieuw voor je is: de plek, de mensen, de werkwijze. Ik kreeg wat telefoonnummers mee, maar eigenlijk begon het daar pas echt. Mijn opdracht? Zoveel mogelijk mensen spreken, vertellen wie je bent, waarom je er bent, wat je zoekt. En dan maar hopen dat ze met je willen praten.”

Was je nerveus?

“Nee, eerder nieuwsgierig. Maar hier wist ik: niemand kent me. Maar ik ben wel ‘de nieuwe van FORMULE 1 Magazine’, en dat scheelt. Dat is een naam die al dertig jaar meetelt in de paddock. Als je zegt dat je voor hen werkt, dan nemen mensen je meteen serieuzer. Dan ben je ineens niet Gerard uit Friesland, maar een schakel in een groter en betrouwbaar geheel.”

Wat is jouw opdracht tijdens een raceweekend?

“Ik schrijf voor het blad en de site, we maken een podcast op locatie en maken video’s. Maar ik ben er voornamelijk om verhalen te maken. Die vind je niet op afstand, die hoor je pas als je er bent. Ik hoef geen uitslagen door te geven, dat doet iedereen al. Ik zoek die monteur uit Nederland, een voormalige topcoureur die toevallig in de paddock rondloopt. Zulke gesprekken vormen de kern van mijn werk. Soms plan je interviews, soms ontstaan ze spontaan.”

Naar welke F1-Grand Prix ben je al geweest?

“In mijn eerste jaar (2023) deed ik vier races: Bakoe, Monaco, België en Qatar. Het jaar erop kwamen daar onder andere Australië, Spanje, Engeland, Nederland, België, Singapore en Las Vegas bij. En dit seizoen doe ik er negen: Imola, Spanje, China, Engeland, België, Hongarije, Nederland, Azerbeidzjan en Las Vegas. Dus inmiddels kom ik aardig rond op de wereldkaart. Maar het blijft bijzonder: of je nu in het regenachtige Spa loopt of tussen de glitter en glamour van Monaco, elke Grand Prix heeft z’n eigen karakter.”


Tijdens de grand prix van Monaco. - Eigen foto

Hoeveel vrijheid heb je om de verhalen te maken?

“Best veel. Alles wat de moeite waard is, krijgt ergens een plek: in het blad of online. We hebben deadlines, maar een goed verhaal gaat nooit verloren. En ik hoef ook niet alles van tevoren af te stemmen. Als ik iemand tref die wat te melden heeft, dan maak ik dat verhaal gewoon. Daarin krijg ik veel vrijheid van de hoofdredacteur en ik werk goed samen met mijn collega’s. We hebben een kleine redactie van vijf man, met daarnaast twee freelance-redacteuren. De 24 Grand Prix verdelen we over meerdere verslaggevers, waarvan ik er een ben.”

Kun je zomaar iedereen aanspreken op de plekken achter het circuit, de paddock?

“Niet iedereen, maar wel veel. Je bouwt relaties op met persvoorlichters en teamleden. Als ze merken dat je integer bent, dat je verhalen fair zijn, dan vertrouwen ze je. En dan gaat het soepeler. Er is een verschil tussen kritisch zijn en sensatie zoeken. Ik wil vooral menselijke verhalen maken.”

Hoe is je contact met Max Verstappen?

“Ontspannen. Bij internationale persmomenten zitten er soms vijftig man om hem heen. Dan krijg je korte, afstandelijke antwoorden. Maar met ons, de Nederlandse pers, is dat anders. We spreken dezelfde taal, letterlijk en figuurlijk. Dan krijg je een gesprek in plaats van een quote. Max vertelt dan ook echt iets. Hij is recht voor z’n raap en spreekt met weinig franje. Typisch Nederlands eigenlijk. Niet altijd geliefd, maar wel zichzelf. En dat siert hem.”

En is hij volgens jou ook de beste?

“Zonder twijfel. Niet alleen volgens mij, maar ook volgens mensen in de paddock met verstand van zaken. Engineers, oud-coureurs, teammanagers: zij zien dingen die wij niet zien. Hoe hij met banden omgaat, hoe hij rijdt in simulatorsessies. Ze zijn unaniem over zijn unieke en hoge niveau.”

Is Formule 1 Magazine afhankelijk van Verstappen?

“Nee. Het blad bestond ook in de vijftien jaar dat er geen Nederlandse coureur in de F1 reed. Maar natuurlijk helpt zijn succes. Het zorgt voor meer aandacht, lezers en belangstelling. Toch richten wij ons vooral op de echte liefhebbers. De mensen die óók willen lezen over de vroegere topcoureur Juan Manuel Fangio of de wederopstanding van Ferrari. Max is groot, maar niet het hele verhaal.”

Is het werk in de paddock heel anders dan de regionale sportjournalistiek?

“Ja en nee. De dynamiek is anders: meer regels, meer lagen. Maar als je eenmaal binnen bent, gaat het ook hier om vertrouwen. Dat je laat zien dat je een eerlijk verhaal maakt, dat je geen verborgen agenda hebt. Soms moet je creatief zijn, even meelopen met iemand in plaats van een officieel interview. Maar het blijft journalistiek: luisteren, vragen stellen, het goede verhaal eruit halen.”

En hoe technisch moet je zijn om hierover te kunnen schrijven?

“Je hoeft geen monteur te zijn. Maar je moet wel nieuwsgierig zijn en de juiste mensen opzoeken. Als er iets met banden is, dan vraag ik het op het circuit aan Mario Isola van Pirelli. Hij legt het beter uit dan ik ooit zou kunnen. Mijn taak is om de lezer mee te nemen, met uitleg die klopt. Niet bluffen, maar duiden.”


Gerard Bos (rechts) en zijn collega’s interviewen Max Verstappen. - eigen foto

Je ontmoet in de paddock wereldsterren en miljonairs. Is dat onwerkelijk?

“Ja, in het begin wel. Mijn allereerste paddockdag in Bakoe zag ik Lewis Hamilton voorbijlopen. Dan denk je echt even: wow, dat ís ‘m gewoon. Maar dat went razendsnel. De volgende keer is het: oh ja, Hamilton. En de derde keer denk je vooral: ik moet erlangs, want ik heb een afspraak. Dat is ook goed, want ik ben daar niet als fan, maar om te werken.”

Aldus de nuchtere Fries.

“Brad Pitt, het Engelse elftal, koningen, modellen, profvoetballers, presidenten, noem maar op, ze lopen er allemaal. Iedereen wil bij de Formule 1 horen. Dan denk je weleens: dit is toch wel apart. Maar tegelijk is dat precies waarom ik vind dat je jezelf niet bijzonder moet gaan voelen. Wat ik doe is misschien bijzonder en het is mijn droombaan, maar dat maakt míj niet bijzonder. Dat houd ik graag zo.”

Je noemt het een droombaan. Hoe ziet zo’n reis naar een circuit er eigenlijk uit?

“Meestal vertrek ik woensdag, en ben ik maandag terug. Soms al op zondagavond, als dat logistiek beter uitkomt. Vluchten en hotels regel ik zelf, dat geeft vrijheid. Soms zit ik vlak bij het circuit, soms wat verder. Maar het maakt me eigenlijk niet uit, want ik vind reizen prachtig. Ik ben daar omdat ik over Formule 1 mág schrijven.”

Op vakantie naar Camping De Wielen zit er niet in?

(lacht)“Juist wel! Als ik vrij ben, hoef ik nergens heen. Dan blijf ik thuis. Drie jaar lang reis ik al de wereld over. Dus in mijn vakantie wil ik gewoon zitten, kijken en rusten. Bovendien, Leeuwarden is toch mooi genoeg?”

Tekst Radboud Droog - Foto’s collectie Gerard Bos