Algemeen

Op m’n plek

LEEUWARDEN - Gabriëlle Copini is voormalig docent recht en was gemeenteraadslid in Leeuwarden en Groningen. Momenteel is zij werkzaam als onderwijscoördinator in het mbo. Sinds 1 mei is Gabriëlle voorzitter van Comité 30 juni - 1 juli Fryslân. Dit comité zet zich in voor bewustwording, herdenking en het vieren van vrijheid en de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij.

Gabriëlle Copini
Gabriëlle Copini Simon van der Woude

Waar sta je nu en waarom sta je hier, Gabriëlle?
“Ik sta in de tuin van het Keramiekmuseum Princessehof, een locatie met een symbolische betekenis. Dit is het voormalig stadspaleis van Maria Louise van Hessen-Kassel. Op 30 juni staan wij juist hier met Keti Koti | Kadena Kibrá stil bij de kracht van onze voorouders en bij de rol die Nederland heeft gespeeld tijdens de trans-Atlantische slavenhandel en als kolonisator. De ketenen zijn gebroken.”

Wat betekent het voor jou om juist hier stil te staan bij het slavernijverleden?
“Het is confronterend. Friesland lijkt ver weg van deze geschiedenis, maar profiteerde ook van het koloniale systeem. Het gaat over óns, over onze gezamenlijke geschiedenis. Het is belangrijk om te beseffen dat denkbeelden die in de tijd van de slavernij over zwarte mensen werden gecreëerd nog steeds doorwerken in onze samenleving. Met mijn Friese en Surinaamse wortels voel ik een sterke behoefte om met onderwijs een brug te slaan, zodat discriminatie en racisme worden tegengegaan.”

Wat betekent 1 juli voor jou persoonlijk?
“Ik vier niet zozeer de afschaffing, maar de kracht van de nazaten: we zijn er, en we marcheren door naar een toekomst van gelijkwaardigheid, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. In de Prinsentuin laten wij zien met onder andere optredens van Otion en van Sarah-Jane van 4 The Culture hoe krachtig we zijn. Dit jaar vieren we ook nog eens dat we als comité voor de vijfde keer in Friesland samen zijn rondom 30 juni-1 juli. Heel bijzonder!”

Hoe leg jij je studenten uit waarom het slavernijverleden nog impact heeft?
“Ik vertel dat een slavernijgeschiedenis van ruim 250 jaar en een koloniale geschiedenis van 400 jaar geen afgesloten hoofdstuk is. Nederland heeft al die eeuwen bewust mensenrechten geschonden, zwarte mensen ontmenselijkt. Onderwijs is de sleutel om deze geschiedenis zichtbaar en bespreekbaar te maken. Met kennis over toen, kan je nú andere keuzes maken.”

Voel je dat Friesland verandert? En waar bots je nog op onbegrip?
“Er is beweging: steeds meer mensen willen in gesprek. Er is ook ontkenning, ‘dat speelde hier toch niet?’ Echte verandering vraagt om nieuwsgierigheid en bewustwording. Met onze herdenking en viering maken we ruimte voor ontmoetingen en voor het gesprek over slavernij en de gevolgen daarvan. Vaak leidt dit tot meer inlevingsvermogen en begrip.”

Wat geeft jou hoop als het gaat om Afro-Caribische-Surinaamse gemeenschappen?
“De jongeren. Ze zijn krachtig, intelligent, creatief en spreken zich uit. Die veerkracht komt van onze voorouders en leeft voort in deze jonge generatie. Dit zie ik nu wereldwijd gebeuren, en dat geeft mij hoop. Verandering is mogelijk.”

Wat zou je willen dat mensen écht voelen tijdens een herdenking als deze?

“Verbondenheid. Het is belangrijk dat de jeugd onze Nederlandse slavernijgeschiedenis kent, dat zij zich hiermee verbonden voelen en een toekomst willen vormen waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld. Kinderen hebben daarom dit jaar een belangrijke rol bij onze allereerste kranslegging.”

Wat is jouw persoonlijke manier om vrijheid te vieren?

“Vroeger stond mijn eigen vrijheid centraal. Nu geloof ik in ‘vrijheid in verbinding’; hoe kunnen wij samen zijn, en samen vrij zijn? Tijdens Keti Koti | Kadena Kibrá is er alle ruimte voor bezinning en ga ik ook genieten van de muziek!”