Nieuwkomers in de keuken: Achmed en Daryanto bij het Schippershuis in Terherne

Door: Douwe Bijlsma 1 mei 2025, 16:15 In bedrijf
Hannah Zandbergen
Achmed en Daryanto aan het werk
Achmed en Daryanto aan het werk

Het project ‘Nieuwkomers in de keuken’ is een win-win situatie voor restaurants én nieuwkomers. Nieuwkomers leren hier alle kneepjes van het koksvak, terwijl restaurants er een gemotiveerde werknemer bij krijgen. En wat is er nu mooier dan ervaring opdoen in de sector waar men iedere gast hartelijk verwelkomt?

In de laatste jaren neemt het aantal bezoekers in Friesland toe. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar op sommige plekken is er een tekort aan goed opgeleid personeel in de Friese gastvrijheidssector. Een aantal organisaties waaronder KHN, Fryslân Werkt!, NHL Stenden, Firda en SBB hebben de handen ineen geslagen om hier provinciebreed iets aan te doen, onder de noemer: ‘toekomstbestendige banen’.

Denken in mogelijkheden
“We ontdekten onder andere dat we ons op nieuwe doelgroepen moesten gaan richten”, vertelt Siepie de Groot, die als aanjager betrokken is bij het project. “Zo ontstond het idee om te gaan werken met nieuwkomers: mensen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen, een verblijfsvergunning hebben gekregen en hier nu een nieuw bestaan proberen op te bouwen.”

Trajectbegeleidster Annette Bliek vult aan: “Via allerlei wegen hebben we gezocht naar goede kandidaten: mensen die affiniteit met horeca hebben, gemotiveerd zijn en het liefst al een beetje Nederlands spreken. Binnen de kortste keren hadden we een flinke lijst kandidaten, wat best bijzonder is. Bedrijven bleken ook enthousiast. Veel horecaondernemers vonden het een mooi project, waar ze graag een bijdrage aan wilden leveren.” De gastvrijheidssector maakt op die manier zijn naam waar, benadrukt Annette. “Niet alle ondernemers hebben tijd voor zo’n traject, maar in deze sector is er veel enthousiasme om dit project te laten slagen. Zij denken echt in mogelijkheden.”

Vaktaal
“En aan de andere kant is deze sector ook heel leerzaam voor nieuwe mensen”, meent Siepie. “Medewerkers leren zoveel vaardigheden op het gebied van gastvrijheid en hoe je communiceert met mensen. Daar groei je ook als mens van. Het is ook voor hen een prachtige sector om in te werken.”

Uiteindelijk kregen ongeveer tien kandidaten door heel Friesland een plek in horecabedrijven. “Drie maanden lang werken en leren ze eerst met behoud van uitkering en de bedoeling is dat ze daarna een contract krijgen. Een dag in de week gaan ze naar school: bij Firda in Sneek krijgen ze taalles die specifiek gericht is op de vaktaal in de keuken. Bovendien krijgen ze daar een opleiding als kok, met als resultaat een diploma basiskok niveau 2. In totaal duurt het traject ongeveer zes maanden.”

Win-win
Vooral het feit dat de kandidaten de hele week tussen Nederlanders aan het werk zijn, draagt bij aan het leren van Nederlands. Annette: “Vaak zie je na een paar weken al verschil in het taalniveau. Er is geen betere manier om te integreren dan op de werkvloer.” De chef-koks spelen daarin een belangrijke rol; zij zijn degenen die de opleiding in de praktijk doen en elke dag in de keuken naast de kandidaten staan. Siepie: “Die rol is onmisbaar en het is heel leuk om te zien hoe zij dit oppakken. Van de kandidaten horen wij ook telkens terug hoe dankbaar zij zijn dat ze deze kans krijgen. Ze willen graag van nut zijn en iets terugdoen voor de maatschappij.” Annette: “Het liefste verdienen ze gewoon zelf hun geld, dus dat is aan beide kanten win-win.”

Proeven
Veel kandidaten hebben een enorme passie voor de keuken, weet Annette. “Sommigen zijn meer hobby-kok, anderen hebben veel ervaring in restaurants of bakken graag taarten. Tijdens de lesdag wisselen ze vaak foto’s en recepten met elkaar uit. Soms mogen ze in het restaurant ook een gerecht uit hun thuisland maken of nemen ze iets van huis mee om zo hun collega’s te laten proeven. Wie weet, heeft het wel invloed op de kaart van het restaurant.”

Nieuwe deelnemers
De eerste groep kandidaten heeft eind maart de drie maanden werken met behoud van uitkering afgerond en de deelnemers zijn in het bezit van een arbeidscontract. Rond de zomer halen ze hun diploma, waarna ze als volwaardig werknemer aan de slag gaan in het horecabedrijf waar ze opgeleid zijn. Annette: “Na de zomer willen we een nieuw traject met nieuwe deelnemers starten. Dus als bedrijven interesse hebben, zijn ze van harte welkom. Met deze nieuwkomers boren we een nieuwe doelgroep voor de horeca aan, waar ontzettend veel potentie in zit. We zijn blij dat zij en hun werkgevers elkaar gevonden hebben.”

Achmed: ‘Van mijn chef heb ik veel geleerd’
Op een zonnige dag ontmoeten we Achmed en chef-kook Daryanto in het Schippershuis in Terherne. Achmed werkt al bijna een halfjaar voor het Schippershuis en heeft hier inmiddels een contract. “Het bevalt heel goed. Ik houd van eten en vind het leuk om in de keuken te werken. Van mijn chef Daryanto heb ik veel geleerd.”

Daryanto: ‘We begrijpen elkaar steeds beter’
Daryanto is ook blij met Achmed. “Als restaurant vonden wij Nieuwkomers in de keuken een mooi project. Op deze manier kunnen we maatschappelijk iets betekenen. Het was handig dat Achmed in Irak ook kok was. Hij was al gewend om in een restaurant te werken toen hij hier kwam.”

“Daar waren de gerechten wel heel anders,” vertelt Achmed. “We maakten vooral veel rijst en veel vlees.” In het begin moest hij dan ook wennen aan de Nederlandse maaltijden. “Ik vind bijna alles lekker, maar gekookte wortel niet: dat kende ik niet.” Daryanto vult aan: “Toen Achmed hier net was en voor het eerst zuurkool zag, zei hij: wat is dat voor eten?”

Maar inmiddels is Achmed gewend aan de Nederlandse keuken en gaat het hartstikke goed”, vertelt Daryanto. “Hij kan nu alles bereiden. Overdag is het vooral voorbereiden: groente snijden, vis fileren, vlees voorgaren. ’s Avonds staat hij zelfstandig aan het fornuis om het diner te bereiden. In het begin was de Nederlandse taal nog lastig voor hem. Ik merkte dat ik wat langzamer moest praten, zodat hij me begreep. Nu gaat dat een stuk beter en volgt hij het ook wanneer we sneller praten.”

En dat is ook wel nodig, want de drukte in het Schippershuis neemt steeds meer toe nu het zomerseizoen losbarst. “Toen Achmed in januari begon, was het hier lekker rustig en had hij alle tijd om ingewerkt te worden. Dat is in deze tijd van het jaar wel anders. Vorige week was het prachtig weer en zat het hele restaurant vol. Achmed had gelukkig geen stress, hij bleef heel rustig in de keuken.”

Vanuit het project kregen de chef-koks een training over culturele verschillen, vertelt Daryanto. Hij leerde hier dat de westerse cultuur kenmerkt zich door een meer individualistische manier van werken en leven, terwijl de oosterse een meer collectieve ‘wij-cultuur’ is, waarbij men op elkaar leunt. “Dat herkende ik: Achmed heeft in het werk een afwachtende houding; het is voor hem lastig om initiatief te nemen of zelfstandig te werken zonder duidelijke instructies. Bij ons mag je juist wel initiatief nemen en willen we dat iedereen tot zijn recht komt. Nu ik daar wat meer inzicht in heb, is het een stuk makkelijker om met Achmed te communiceren. We begrijpen elkaar steeds beter.”

Vandaag gaat Achmed eten maken voor het personeel. “Ik maak een mooie taart van laagjes rijst en groente, als het tenminste goed uit de pan komt. Maar het is echt heel lekker.”

“Zo leren wij ook weer iets van hem,” zegt Daryanto. “Achmed is een goeie jongen. Hij is vrolijk, past goed in het team en werkt hard. Hij doet echt z’n best om het traject goed af te maken, ook al is zijn thuissituatie best pittig. Ik hoop dat het werk hier een mooie opstap is voor hem, zodat hij later overal in de horeca kan werken.”

Tekst en foto’s Hannah Zandbergen

Achmed