Zorgen dat mensen gezien worden

LEEUWARDEN - Wat maakt een foto van Elske nou tot een échte Riemersma? Is het haar respect voor de mensen die ze fotografeert? De zorg? Betrokkenheid? Of gewoon: liefde? Herkennen mensen dat en zit daarom de zaal bij Tresoar bomvol als ze over haar foto’s en leven als fotograaf vertelt?

Elske Riemersma tijdens haar lezing in Tresoar
Elske Riemersma tijdens haar lezing in Tresoar Foto Ate de Jong

Tekst Ate de Jong, fotografie Elske Riemersma

Naast fotograaf is Elske Riemersma (70) docent fotografie. In 2012 richtte ze de Fotofabryk op, een cursuscentrum voor fotografie in Leeuwarden. Maar vandaag, bij Tresoar, is ze reisleidster. Ze neemt mensen mee in een reis door de tijd, langs haar werk.

Ze begint bij het begin: haar mem. Een van haar eerste fotoreportages gaat over haar. Mem was de oudste dochter in een gezin van acht kinderen, ze droeg al op jonge leeftijd veel verantwoordelijkheid. Na één jaar huishoudschool werkte ze als dienstmeisje, eerst in Nij Beets, later elders in het land. 

“Ik maakte de serie over haar werk als dienstmeisje en later als huisvrouw om te laten zien dat dat ook werk was”, vertelt Elske. “Mem was opgevoed met het idee om dienstbaar te zijn. Ze werd dienstmeisje en daarna huisvrouw. Voor haar was er geen keuze. Ik ben van de generatie voor wie het niet meer vanzelfsprekend was om huisvrouw te worden. We stonden samen op een keerpunt in de geschiedenis van de positie van vrouwen. Ik was zelf actief in de vrouwenbeweging, volgde bijvoorbeeld een cursus timmervrouw. En ik had een betaalde baan. Ik exposeerde de serie over mem in 1983 in het Vrouwenhuis in Leeuwarden.”

Het feminisme zou nooit uit haar werk verdwijnen. Haar mededogen met arbeidersmensen ook niet. Haar pesthekel aan discriminatie evenmin. En haar drijfveer: zorgen dat mensen gezien worden. Ook, of juist die mensen die zelden in de schijnwerpers staan. 

WOONSCHIPBEWONERS
Eind jaren tachtig maakte ze de foto’s voor een boek over woonschipbewoners in Sneek: Wy woane op ut water. Dertien mensen vertelden over hun leven op een woonschip of ark, over de bittere armoede van vroeger en over de burenhulp waarmee je elkaar er – juist in slechte tijden – doorheen sleepte. Verschillende van die verhalen gingen over botsingen met 'burgers', de lui van de wal. Soms discriminatie, vaak onbegrip. Over die ambtenaar bijvoorbeeld die vanuit de beste bedoelingen een vaste ligplaats had geregeld voor een woonschipbewoner. Maar die had daar geen enkele behoefte aan. Hij wilde in het voorjaar de touwen losgooien en de stad verlaten. Juist vanwege die vrijheid woonde hij immers op een schip. Toen de ambtenaar bleef hameren op de voordelen van een vaste woonplek, zei de schipper: “Vaste ligplek? Vaste ligplek? Ik krijg straks één vaste ligplek en daar kan ik dan nog lang genoeg liggen.”

Elske toont het boek aan de zaal en vertelt dat ze bij een foto van twee jonge meiden dacht: ‘Hoe zou het nu met Annie en Dicky zijn?’ Ze neemt zich voor weer eens contact te zoeken. 

Uit die tijd laat ze ook een serie foto’s van woonwagenkinderen in Leeuwarden zien. Wat haar vooral is bijgebleven: “De warmte en de onderlinge samenhorigheid van de kinderen. Ik werd met open armen ontvangen.” Begin jaren negentig fotografeerde ze meisjes in de metaal en de bouw. Ze realiseerde zich dat voor het eerst in de geschiedenis meisjes in die sectoren werkzaam waren. Andere sectoren zouden volgen. Het was een hoopvolle tijd. 

ANTIDISCRIMINATIE
Antidiscriminatie is levenslang ook een thema van Elske Riemersma. In 1997 vroeg Johannes de Goede van het COS (nu: Tûmba) of ze de foto’s wilde maken voor een krant die zou verschijnen op 21 maart: de internationale dag tegen het racisme. “In deze krant vertelden mensen die oorspronkelijk uit andere landen kwamen hun persoonlijke verhalen. Verhalen over dromen, heimwee, de liefde en het wonen in Friesland. De krant had een oplage van een kwart miljoen exemplaren en ging door alle brievenbussen in de provincie. Het COS was geen kapitaalkrachtige organisatie, hoe ze dat gefinancierd kregen weet ik niet meer, maar het was een sterk optreden van Johannes de Goede, die jammer genoeg veel te vroeg is overleden.”

HEIT, DE KAPPER
Haar vader had een kapperszaak in het ‘lokaaltsje’, een ruimte achter de gereformeerde kerk in Tijnje. In 2002 maakte ze een tentoonstelling en een klein boekje over de laatste dagen van de kleine kapperszaak. Johan Vrieswijk, dé historicus van de Friese arbeidersbeweging, schreef de inleiding voor het boekje. Ze leest voor: “In de jaren zestig van de vorige eeuw was de kapperszaak in Friesland het spraakmakend centrum van de dorpssamenleving. Daar werd het dorpsnieuws besproken en en passant ook nog de wereldproblematiek. Uiteindelijk moest ook de kapper aan de Breewei sluiten. Het aantal klanten nam af en de spoeling werd dunner. Zeker toen jongeren in de jaren zestig hun haren lieten groeien en Riemersma eensklaps een hele generatie klanten misliep.”

Ze fotografeerde de laatste boerenfamilies in de Zuidlanden, de families Wartena en Overdijk, die moesten wijken voor de nieuwbouw. Voor beide families maakte ze boekjes. Boerin Overdijk had het boekje altijd bij zich, in haar handtas. En toen haar man overleed stond op zijn kist het portret dat Elske van hem had gemaakt.

MIDDENSTIP CAMBUUR
Ze maakte foto’s van kinderen op hun lievelingsplek in Leeuwarden. Ricardo op de middenstip bij Cambuur. En Enya die haar meenam naar een groenstrook in de wijk Aldlân, want daar zou een prachtige hut staan: ”Ze had daar in geuren en kleuren over verteld. Maar toen we er kruip door sluip door aankwamen was er helemaal niets te zien, de hut bestond enkel in haar fantasie. Ook mooi toch?”

Voor het project Welkom in Heechterp maakte Elske samen met collega-fotografen Menno de Boer, Ton Groot Haar en Dineke Kaal foto’s van wijkbewoners. Twee portretten werden op banieren van zes bij vier meter in de wijk opgehangen. Haar motto, zorgen dat mensen gezien worden, werd hier wel heel erg waargemaakt.

DIGITALE BOTOX
De documentaire Beperkt Houdbaar van Sunny Bergman maakte grote indruk op haar. In de documentaire wordt het heersende schoonheidsideaal voor vrouwen onderzocht. Het bleek dat portretten van vrouwen in tijdschriften allemaal onder een photoshopstramien gelegd werden, een soort van digitale botox.

Toen ze in 2008 werd gevraagd foto’s te maken bij het interviewboek Echt moai/Echt mooi van Wieke de Haan, besloot ze de vrouwen zo neutraal mogelijk te fotograferen, zonder soft boxen en extra visagie. En het zouden close-ups moeten worden, met alle rimpels en oneffenheden. 

In de zaal - veel vrouwen - wordt instemmend geknik. Elske krijgt een lang en warm applaus.  

(KLEIN KADERTJE)

Elske Riemersma werkt aan een boek met een overzicht van haar foto’s. Wil je op de hoogte blijven van de totstandkoming van het boek stuur dan een email naar: contact@elskeriemersma.nl         

De mem van Elske.
Annie van Wageningen en Dicky Corbie. Uit: “Wy woane op ut water.”
Ricardo van der Hoek op de middenstip bij Cambuur, zijn mooiste plekje van Leeuwarden.
De heit van Elske.