Tussen hete ikan pepesan en menselijke warmte
Tonnie en Ria von Ende nemen eind dit jaar, na hun jarenlange inzet voor de Indische gemeenschap, afscheid. Het echtpaar organiseerde gedurende veertien jaar Indonesische dansmiddagen, de Indische Eettafel en uitjes naar binnen- en buitenland. Op 24 april 2026 ontvingen zij hiervoor een Koninklijke onderscheiding.

Tekst Marije de Lange, fotografie Simon van der Woude
Tonnie en Ria over de kern van de Indische gemeenschap, dans, eenzaamheid en hun favoriete Indonesische gerecht. Ook Ilka Moed en Isabel Zwaagman komen aan het woord: zij nemen het stokje vanaf 2027 over van Tonnie en Ria.
In 2012 startten Tonnie en Ria met Indische dansmiddagen. De Masoek Sadja, wat ‘kom maar binnen’ betekent, was bedoeld als verbindingsdag: want naast eten is dans een van de belangrijkste onderdelen van de Indonesische cultuur. Plus de gezelligheid, voegen Tonnie en Ria eraan toe.
En die gezelligheid, die kwam te weinig uit de verf, merkte het echtpaar na een tijdje. “Na twee jaar werd Masoek Sadja te druk voor de ouderen. Er kwamen wel honderd mensen. Het was eerder een feestje dan een verbindingsdag. We werden een soort dagbesteding voor de gemeenschap, zonder indicatie”, legt Ria uit.
VAN INDISCHE DANS NAAR EETTAFEL
De Indische gemeenschap zat altijd al in Multifunctioneel Centrum Westenkwartier in Westeinde: een wijk waar - net als in de Schepenbuurt en Heechterp - veel Indische mensen wonen.
Tonnie: “De voormalige dansmiddag voor oud-militairen in het Westenkwartier werd opgeheven. Mijn oudste broer droeg Ria en mij toen aan om de organisatie over te nemen. Wij waren beiden al met pensioen. Zo geschiedde. Het werd de Masoek Sadja en groeide binnen één keer van twintig naar zestig man en al snel kwam er zo’n honderd man langs op de Masoek.”
Pelita, de stichting voor ouderen met een achtergrond in voormalig Nederlands-Indie, waar Tonnie en Ria bij aangesloten zijn, vond de grote opkomst geweldig. Maar het streefde zijn doel voorbij. Zo ontstond de Indische eettafel. “Die was er nog niet in Nederland”, vertelt Ria. “Het is uitgegroeid tot een groot succes: ik heb vier vriezers in huis en heb het eten altijd zelf gekookt, in mijn eigen keuken.”
EENZAAMHEID
Straks zit het er dus op voor Tonnie en Ria. Hun opvolgers staan al klaar. Isabel Zwaagman en Ilka Moed hebben veel zin om te beginnen. Isabel neemt de rol over van Cathrien Fokkema-Post. Zij wordt de nieuwe cliëntondersteuner voor de gemeenschap. Een belangrijke functie, zo benadrukken Ria en Tonnie. En: alles vrijwillig. Net als zijzelf overigens.
De Indische Eettafel is veel meer dan alleen samen eten. “Veel mensen weten niet hoeveel eenzaamheid er heerst onder ouderen”, vertelt Isabel. “Ik heb jarenlang in de ouderenzorg gewerkt. Het is een gegeven dat alleenwonende ouderen, alleen eten het allerergst vinden. Dan voelen ze het meeste gemis.”
“Veel ouderen eten niet goed en genoeg, dat merk ik ook bij mama,” vult Ilka Moed aan. Haar moeder is op hoge leeftijd (93) en zij bezoekt al jarenlang de Indische Eettafel.
PUZZELTOCHT
De behoefte binnen de gemeenschap om elkaar te ontmoeten is groot. “Indische mensen hebben veel meegemaakt. Oorlog, Jappenkampen, trauma. Dit geldt voornamelijk voor de eerste generatie, en die komen in groten getale samen bij ons. Maar veel mensen praten er niet over”, legt Ria uit.
“En dat levert veel vragen op onder hun kinderen, de tweede generatie”, vult Ilka aan. Net als Isabel behoort zij tot die tweede generatie. Isabel leerde Ilka’s moeder kennen via haar werk in de ouderenzorg. “Zij heeft mij veel verteld over haar verleden, dingen die Ilka helemaal niet weet.” Via Ilka’s moeder hebben de dames elkaar ontmoet en dat leidde tot vriendschap en meer: “Ik noem Isabel altijd mijn blonde zuster”, lacht Ilka. “Ik heb een Indische vader, die ik nooit heb leren kennen, maar dat is dus de connectie”, vertelt Isabel.
Binnen de Indische gemeenschap wordt er veel gepraat. De tweede generatie zoekt naar antwoorden op vragen over hun verleden en dat van de ouders. Het is een zoektocht naar puzzelstukjes en daarmee identiteit. De middagen van Tonnie en Ria helpen hierbij. Hoewel er veel mensen samenkomen binnen de gemeenschap, is er nog altijd een grote groep die Tonnie en Ria niet weet te bereiken. “Zelfs wij weten niet alles”, zegt Ria.
ELKAAR VOELEN
Iedereen is welkom bij de Indische gemeenschap: Surinamers, Friezen, iedereen. Volgens Ria is het belangrijkste dat je een goed gevoel hebt bij de Indische gemeenschap. Die gemeenschap vormt – uiteraard – de basis. “Mensen hebben respect voor elkaar, er ontstaan vriendschappen en zelfs relaties", zegt Ria. Tonnie: “Een sprekend voorbeeld: er kwam eens een Leeuwarder naar mij toe. Hij zei: als ik in een café iemand per ongeluk aanstoot, kan ik een klap voor mijn harses verwachten. Hier zegt iemand als eerste: sorry hoor.”
De gemeenschap is als een warm bad. Mensen praten allemaal tegen je, en doen alsof ze je al jaren kennen. Indo’s moeten elkaar altijd even aanraken, voelen. “Die warmte, dat gevoel kennen wij Hollanders niet”, zegt Ria. Ze verwijst naar de quote van een Indische schrijver: “Ik mis de liefde van de bruine mens”.
"Dankzij Stichting Pelita zijn we er ook voor de kleine portemonnee. Als iemand het niet kan betalen, is het eten en alles gratis." Tonnie merkt dat er veel eenzaamheid is in de maatschappij, vooral in de grote steden. Mensen voelen zich soms alleen op de wereld. “Ik belde vroeger iedereen op. Daar kon ik wel een week mee bezig zijn. Mensen bleven maar praten, ik wilde niemand afkappen. Ik was een luisterend oor. Ik bel nog steeds wel, maar tegenwoordig hebben we ook een app.” Ilka beaamt dit gevoel: "Wij woonden lang in Makkum. Ik was zo blij dat daar sociale controle was voor mama. Er was altijd iemand vanuit de gemeenschap.”
POCO POCO
Naast de Masoek en eettafel organiseerden Ria en Tonnie uitstapjes en vakanties voor de Indische gemeenschap. In 2016 vertrokken 120 ouderen naar Bronbeek: een museum en het kenniscentrum van het koloniaal-militair verleden van Nederland. Tonnie huurde een gids en de oudjes genoten er een maaltijd.
En: naar Spanje met de tourbus. Een aangepaste reis, met een overnachting in Frankrijk. “In een ruk door, dat trekken die oudjes niet. Ik kende de Indische manager van een viersterrenhotel. Hij gaf mij een rekening met een verwaarloosbaar bedrag, omdat hij zo blij was dat ik dit organiseerde. Hij had zoiets graag gewild voor zijn overleden moeder.”
Waarom Spanje? “Iedere Indo kent de Indoweken. Die worden in de voor- en nazomer georganiseerd in Santa Susanna”, legt Ria uit. “In de hotels spelen dan Indische bands.”
De mensen dansen dan de poco poco, Spaans voor een beetje-beetje. “Dat klopt wel, want er wordt weinig bewogen”, lacht Ilka. Iedereen kan meedoen en altijd in een grote groep.
Voor Leeuwarden-Fryslân 2018 organiseerden Tonnie en Ria een Indische week met onder meer eten, modeshows, Indische bands en Pencak silat (Indonesische vechtkunsten, red.).
FRIESE MEISJE
Tonnie is geboren in Jakarta en woonde daarna in Surabaya. “Op mijn achtste kwam ik naar Nederland. We arriveerden in Rotterdam en verhuisden al snel naar Leeuwarden. Ik ben nooit meer weggegaan.” Het fijne aan Leeuwarden vindt Tonnie de gemoedelijkheid. “In het Westen is het veel meer ‘ik, ik, ik’.”
“Als achttienjarige ontmoette ik een leuke Molukse man”, vertelt Ria. “Meestal hebben de oudste zonen van Molukkers geen partner: het is hun plicht om voor de ouders te zorgen. Maar, dit was serieus. Ik werd zelfs toegelaten in de keuken, wat normaal het domein van de Indische moeder is.” Zo leerde Ria Indisch koken. Er stonden talloze potjes zonder namen in die keuken. Als Fries meisje was ze de smaken van bloemkool en spruitjes gewend. Nu moest ze veel proeven. Lachend: “Na 35 jaar oefenen kan ik zeggen dat ik de keuken snap.”
En de ontmoeting met Tonnie? Ria was 52 toen haar eerste man overleed. Een paar jaar later ontmoette zij Tonnie op een feestje. “We praatten urenlang, tot het licht uitging. Er was een directe klik. De volgende ochtend belde ik hem. Hij haalde me op en we gingen naar een Masoek. Toen we daar binnenliepen, wist iedereen er al van!”
Gevraagd naar haar favoriete eten, is Ria heel duidelijk: “Ikan pepesan, oftewel pittige makreel, is top off the bill!” Ria komt nog even terug op het waarom van hun organisatie. “We doen het vanuit het hart. Zo simpel is het. De liefde die we terugkrijgen is onbetaalbaar. Die liefde die je voelt voor elkaar is er altijd.”
(KADER)
Voor Ria en Tonnie was de ontvangst van het lintje op 24 april in hotel Oostergoo in Grou een complete verrassing. Ria had niets in de gaten. Pas toen zij voorin de grote zaal zat en lintjes zag liggen, voelde ze nattigheid. Tonnie dacht tot het laatste moment dat hij ging lunchen met zijn familie. Zelfs toen hij moest omkleden naar een nette outfit, daagde er niets. “Ik bleef op de achtergrond, zoals altijd, net als met Ria. Maar we moesten voorin zitten en toen zag ik die lintjes pas.” Sowieso is het stel bescheiden, en dat is een karaktertrek, volgens Ilka. “De Indo wil niet in de spotlights staan.”
Iedere eerste maandag van de maand: Indische Eettafel van 10.00-15.00 uur in het Westenkwartier (Verdistraat 1, Leeuwarden)
Aanmelden & informatie: Tonnie von Ende, 0621915986


