Toch een mooie uitvaart voor Kai
LEEUWARDEN - Het is een wel héél sobere en zakelijke overlijdensadvertentie in de Leeuwarder Courant. “Algemene kennisgeving” staat er boven. En dan: Overleden: Shao Kai Lin, waar en wanneer hij is geboren en overleden en waar en wanneer afscheid van hem kan worden genomen. Verder niks. Geen vriendelijk woord, geen familie, geen vrienden. Ik vind het zo treurig. Zou er wel iemand bij zijn afscheid zijn? Ik besluit te gaan.

Tekst en fotografie Ate de Jong
Ben ik de enige? Prima, dan is er tenminste één. Zijn er meer: veel beter.
Er zijn meer, gelukkig. Twintig mensen met ernstige, soms vochtige ogen. Een van hen komt op me af. Het is Nathan Veldstra, hij werkt bij Lifemaster, een organisatie die steun biedt aan mensen die moeite hebben zich te handhaven in onze veeleisende en ingewikkelde maatschappij. Kai was zo iemand, blijkt later op de ochtend.
“Hoe kent u Kai?”, vraagt Nathan.
“Alleen van de advertentie”, zeg ik.
“Wat mooi dat u hier dan toch bent”, zegt hij.
Ik besef: dit is - wat ze noemen - een eenzame uitvaart. Als er geen naasten zijn, regelt en betaalt de gemeente het afscheid.
Noem mij bij mijn naam
Een medewerkster van uitvaartcentrum Noorderhof heet de aanwezigen - collega’s en/of vrienden, stagiaires bij Lifemaster - welkom. Dat doet ze correct, maar volstrekt informeel. Ze vraagt aan de aanwezigen wat eigenlijk de voornaam van Shao Kai Lin is.
“Kai”, zeggen meerdere mensen.
“Kai had het vast mooi gevonden, zo veel mensen”, zegt ze.
De naam Kai is genoemd. Ik moet denken aan het gedicht van Neeltje Maria Min:
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.
Schokkend verhaal
Dan vertelt Nathan Veldstra over het leven van Kai. Ik vind het een schokkend en bijna niet te bevatten verhaal. 41 jaar geleden werd Kai in China geboren. Zijn moeder stierf na de bevalling. Nog maar veertien jaar was hij, toen ook zijn vader overleed. Een ramp voor de kleine Kai.
Met anderen ontvluchtte hij de bittere armoede en kwam in het azc in Eindhoven terecht. Toen zijn tijdelijke verblijfsvergunning werd ingetrokken leefde hij in de illegaliteit. Hij werkte zwart en onder slechte omstandigheden in de Chinese horeca, dronk veel te veel.
Dankzij het generaal pardon mocht hij toch in Nederland blijven; hij verhuisde naar Leeuwarden. De laatste jaren ging het goed met hem. Hij had de drank onder controle en gaf zijn leven als rapportcijfer een dikke acht.
Gevormd door het leven bleef hij wantrouwend. Bescheiden, niet spraakzaam. Of vond hij de woorden niet? Hoe overbrug je de afstand - duizenden kilometers - tussen China en Nederland? Maar hij was ook een ontzettend lieve, behulpzame man. Toen werd hij ziek en overleed plotseling. Collega’s vonden hem.
Een soort van familie
“Wat mooi dat jullie hem vonden”, zegt de medewerkster van Noorderhof. “Je hoort ook wel dat eenzame mensen weken, maanden dood in huis liggen. Maar jullie vonden hem. Dat klinkt alsof jullie organisatie ook een soort van familie is.”
Ze vraagt welke muziek er gespeeld moet worden.
“We hebben Spotify.”
“Iets Chinees”, oppert iemand.
Dan klinkt er een soort van Chinese rap, maar met een Engels refrein: “How many shit.” Of anderen iets over Kai willen vertellen? “Je mag er ook gewoon bij blijven zitten.” Een man stapt naar voren. Kai heeft drie jaar lang op vrijdagochtend bij hem geklust.
“En zeker, Kai had vlekjes en hebbelijkheden”, zegt hij, “maar hebben we die niet allemaal? Maar hij ging voor zijn klussen. Ik vond Kai een mooi mens.” Hij heeft klushandschoenen voor Kai meegenomen - “voor je laatste klus” - en legt die op de kist. “My Way” wordt nog gespeeld - altijd goed - en dan is de tijd om Kai naar zijn graf te brengen.
“Wie wil de rijdende baar duwen?”
Zes mannen stappen naar voren, een van hen doet eerst zijn pet af. Het is een schitterende, stille dinsdagochtend. Dan luidt de klok. Zouden ze in China bij begrafenissen ook klokken luiden? Nee, zegt A.I., ze branden daar wierook.
