'Vooroordelen zijn er, en echt niet alleen aan de tafel bij VI'

LEEUWARDEN - Een variant op het tv-spel Wie van de Drie is in Friesland uitgegroeid tot een populaire anti-discriminatie workshop. Arnold Helmantel van 'Oer Grinzen' gaat er al jaren mee naar scholen: “Er wordt gelachen, en dat is een voorwaarde om eerlijk over vooroordelen te kunnen praten.” Maar er is ook kritiek op het spel.

Arnold Helmantel aan het werk in een klas.
Arnold Helmantel aan het werk in een klas. Aangeleverd

Tekst Ate de Jong, foto aangeleverd

Zijn workshop Wie van de Drie is losjes gebaseerd op het aloude bekende televisiespelletje, met dezelfde naam, dat tussen 1963 en 1983 razend populair was bij de AVRO en later bij RTL4, Omroep Max en SBS6. Bekende presentatoren waren Herman Emmink, Caroline Tensen en Ron Brandsteder. 

Drie gasten stelden zich voor op dezelfde manier: “Mijn naam is Jan de Vries en ik ben banketbakker” (of taxichauffeur of verpleegkundige). Slechts één van hen oefende dat beroep echt uit en een panel van bekende Nederlanders moest er door slimme vragen te stellen achterkomen wie van de drie dat was.

Bij diversiteitscentrum Tûmba, waar Helmantel werkte, vroegen ze zich vijftien jaar geleden af of er niet een anti-discriminatie variant van het spel te bedenken zou zijn. Helmantel kreeg van directeur Brenda Ottjes alle ruimte om een plan uit te werken en er mee te experimenteren. Het werd de meest populaire workshop uit de geschiedenis van Tûmba. 

Ik ben Jan de Boer en ik ben homo
In deze variant kondigen de spelers zich aan met: “Ik ben Jan de Boer en ik ben homo” of met “Ik ben Jantien de Boer en ik ben lesbisch.” Slechts een van de gasten is eerlijk over zijn/haar seksuele identiteit en de leerlingen moeten ontdekken wie. Vragen staat vrij en niet altijd zijn die vragen politiek correct. Sterker: de vragen zijn vaak niet vrij van vooroordelen. Voorbeelden: “Wil je eens een stukje voor mij lopen?” Immers: alle homo’s lopen vrouwelijk. Of: “Hoeveel bedpartners heb je gehad?” Want: homo’s hebben veel wisselende partners, toch?

Maar de vrijmoedigheid - om niet te zeggen: vrijpostigheid - van de jongeren is zelden kwetsend bedoeld en vaak aanleiding tot gelach in de klas. Een zwaar onderwerp - discriminatie - wordt op een luchtige manier behandeld. Als de klas uiteindelijk moet kiezen wie de echte homoseksueel of lesbienne is, blijken de leerlingen er dikwijls naast te zitten. Hè? Verbazing. En opnieuw legt dat vooroordelen bloot. 

In een nagesprek, het serieuze deel van de workshop, worden die vooroordelen een voor een onder de loep genomen. “De luchtige aanpak in combinatie met het serieuze nagesprek maken dat Wie van de Drie al jaren mijn meest gevraagde workshop is,” zegt Arnold Helmantel. Hij heeft het spel zeker 350 keer op Friese scholen gespeeld. In het kader van de Roze Loper trok hij met Wie van de Drie ook langs verzorgings- en ouderencentra in het hele land. Van Groningen tot Den Bosch, van Rotterdam tot in de Achterhoek. Hij geeft de workshop vooral aan scholieren, maar ook aan professionals. Want: “Misverstanden en vooroordelen over homoseksualiteit kom je overal tegen, echt niet alleen bij jongeren of aan de tafel bij Vandaag Inside."

Kritiek
Helmantel werkt inmiddels niet meer bij Tûmba, hij is zijn eigen bedrijf tegen discriminatie en uitsluiting begonnen: Oer Grinzen. Hij geeft de workshop nog steeds graag: “Vooral aan jongeren. Die vragen wat ze willen weten. Ook over sex bijvoorbeeld. En ook al zijn de vragen soms tenenkrommend, ik vind die openheid vaak een verademing. Ouderen zijn daar toch voorzichtiger in, krampachtiger.”

Bij Tûmba geven ze de workshop niet meer, na kritiek van Movisie, dat zichzelf weinig bescheiden hét kenniscentrum voor sociale vraagstukken noemt. “Movisie vindt Wie van de Drie niet doeltreffend", zegt Mirka Antolović, directeur van Tûmba. “Het roept namelijk eerst de vooroordelen op en omhoog en gaat ze dan pas bestrijden. Dat bestrijden werkt makkelijker als je deze in een methode gelijk onderuit haalt en niet eerst benoemt.” 

Curling ouders
Arnold Helmantel is het daar niet mee eens: “Oproepen? Die vooroordelen zijn er gewoon en wat ik zei: echt niet alleen bij Derksen en Van der Gijp. Daaraan voorbij gaan doet mij denken aan curling-ouders, die alle problemen en hobbels voor hun kinderen willen wegpoetsen.”

Maar het belangrijkste vindt hij: “Bij Wie van de Drie wordt geláchen. En waar gelachen wordt is ontspanning. En ontspanning is een voorwaarde om eerlijk en kritisch over jouw vooroordelen te kunnen praten. En juist het spel-element zorgt ervoor dat zelfs leerlingen die het eerst maar ‘stom’ vinden toch worden meegezogen en willen winnen.”