Face to face met Daniel Schmidt: van gouden kooi naar open terrein
Stel. Je werkt 25 jaar in het onderwijs. Leuke baan, fijne collega’s, vaak vakantie en – niet onbelangrijk – een prima salaris met gunstige voorwaarden. En toch knaagt er iets. In het geval van Daniel Schmidt ging het knagen over in kniezen. En kniezen werd klagen: dit, zo wist hij op een gegeven moment, is niet goed. Tijd voor een rigoureuze verandering.

“Het was niet één aanleiding,” zegt Daniel. “Het was een opeenvolging. Van signalen die ik heel lang genegeerd heb.” Voor de buitenwacht leek er weinig aan de hand. Prachtig gezin, leuke vrienden, een bijbaan als voetbaltrainer. Op school was Daniel de sportieve, energieke man. Sportleraar. Vitaliteitsmanager zelfs: iemand die anderen adviseerde over gezond gedrag. Het soort collega waarvan je denkt: die redt zich wel.
“Dat beeld klopte ook deels,” zegt hij. “Ik bén enthousiast. Sport maakt me echt blij. Ik heb energie en dat straal ik ook uit.” Maar ergens ging het mis. Precies op de plek waar het bij veel mannen misgaat: het verschil tussen hoe je eruitziet en hoe je je voelt. En wat je voelt, dat kun je heel lang wegduwen. Met werk. Met drukte. Met presteren. En in Daniels geval: met sport.
Sport als rookgordijn
Hij zegt het nu zonder omwegen: hij gebruikte sport om zichzelf niet te hoeven voelen. “Ik heb de gekste dingen gedaan,” vertelt hij. “Triatlons, cross-triatlons, adventure races. Vijfhonderd kilometer fietsen voor een goed doel. Marathons. Survivalruns.” Het werkte ook. Even, want na zo’n training komt dat bekende gevoel: endorfine, rust in je hoofd, het idee dat alles weer klopt.
“Het is eigenlijk een beetje zoals met drugs,” zegt Daniel. “Je voelt je even ontspannen. En je wordt gezien: ‘Wat goed, wat sportief.’ Dat is positief, maatschappelijk geaccepteerd.” Maar, voegt hij eraan toe: “Het kan ook een verdoving zijn.” Hij noemt ook alcohol. Niet als bekentenis, maar als mechanisme. Alles wat maar helpt om niet te hoeven voelen.
Daniel dacht lange tijd dat een puike lichamelijke conditie vanzelf zou leiden tot geestelijk welzijn. “Ik dacht: als mijn lijf maar goed is, dan volgt mijn hoofd wel. Maar zo werkt het niet.” Daarbij deed hij te veel. “Sportleraar, vitaliteitsmanager, voetbaltrainer. En daarnaast gaf ik bootcamp en survival. Waar ze me maar voor vroegen, daar was ik enthousiast voor.” In de praktijk bleek het ook een manier om weg te blijven bij zichzelf. “Je doet het om gezien te worden.”
Dat verlangen is menselijk, zegt hij nu. Maar bij hem werd het ook een vlucht. Het knagende gevoel werd niet opgelost, alleen overstemd. Tot het lijf het woord nam. “Op een gegeven moment kun je niet meer,” zegt Daniel. “Mijn lijf was fysiek op.”
Het is eigenlijk een beetje zoals met drugs. Je voelt je even ontspannen. En je wordt gezien.
Drie dagen stilte
De echte ommekeer kwam niet op school en ook niet langs het voetbalveld. Die kwam in een huisje. Drie dagen lang geen telefoon, geen internet, geen afleiding. “Ik ben via mijn werk in een 72 uur-retraitehuisje geweest,” zegt hij. Het huisje was prachtig, midden in de natuur. En precies daarom confronterend. “Je komt compleet in jezelf,” zegt hij. “En dan kom je echt je patronen tegen.”
Toen hij drie dagen later naar huis reed, brak hij. “Ik heb alleen maar zitten janken. Dat deed ik nooit. Ik was altijd die sterke man. De rots in de branding.” Hij belde zijn kinderen. Na 72 uur zonder telefoon – wat hij eigenlijk heerlijk vond – kwam alles tegelijk terug. “Ze hadden hun vader bijna nooit zo meegemaakt,” zegt hij. Kort daarna werd hij ziek. Niet een beetje, maar echt. Stress, spanning, alles sloeg terug op zijn lijf.
Opgebrand
Daniel belde zijn teamleider. “Ik trek het niet meer,” zei hij. En dat was geen zwaktebod, maar een constatering. “Ik werd letterlijk opgebrand,” zegt hij. “Fysiek en mentaal.”
De re-integratie begon klein. Een bakje koffie op het werk, maar zelfs dat lukte nauwelijks. “De eerste keer ging ik via de wc de school in, met het zweet op mijn kop. Mijn lijf schoot vol stress. Hoe moet ik hier zijn?” Stress in je strot. Een lichaam dat zegt: dit gaan we niet doen
Toen hij thuiszat, begon geen strak plan maar een zoektocht. “Dat was één grote zoektocht.” Hij ging lezen en dingen doen waar hij vroeger lacherig over deed. “Yoga vond ik altijd zweverig. Maar het is gewoon lichaamsgericht werken. Je leert voelen, ontspannen en grenzen herkennen.” Want stilte is geen ontspanning als je niet geleerd hebt die te ervaren. Van jezelf houden is geen slogan, het is een vaardigheid. “Je knipt niet met je vingers en denkt: nu hou ik van mezelf. Dat moet je leren.”
De eerste keer ging ik via de wc de school in, met het zweet op mijn kop. Mijn lijf schoot vol stress. Hoe moet ik hier zijn?
Jongens met een masker
Langzaam werd duidelijk waar zijn vuurtje van ging branden: werken met jongens en mannen die het even niet meer weten. Die de grip hun leven zijn kwijtgeraakt. “Er lopen steeds meer jongeren vast,” zegt hij. “Vooral jongens. En het masker dat ze opzetten is hun overlevingsstrategie. Zo’n masker beschermt. Het helpt om te functioneren.” Maar schijn bedriegt.
Want onder dat masker zit gevoel, zegt Daniel. “En dat gevoel wordt vaak niet aangeraakt. Dáár zit de winst.” Daniel ziet hoe makkelijk volwassenen labels plakken: lastig, druk, ongemotiveerd. Terwijl hij juist wil weten: wat probeert dit gedrag te vertellen? Hij vertelt over een jongen die boos thuiskwam uit school. Explosief, vol spanning. “Eigenlijk is het mooi dat hij zijn gevoelens thuis uit,” zegt Daniel. “Dat betekent namelijk dat het daar veilig is.”
Boosheid en verdriet zijn geen storingen, vindt hij. Het zijn signalen. Na een aantal sessies veranderde het gedrag. “Die jongen was bijna niet meer boos,” zegt Daniel. “Dat ging snel.”
In het lijf, niet alleen in het hoofd
Wat Daniel onderscheidt, is zijn overtuiging dat praten alleen niet genoeg is. “Praten blijft vaak in het hoofd,” zegt hij. “En alles wat in het hoofd zit, gaat er ook weer uit.” De echte verandering zit in het lijf. “Je moet het voelen. Dáár ontstaat het.”
Daarom werkt hij lichaamsgericht en ervaringsgericht. Vaak buiten, in de natuur. “Daar voel je het verschil tussen inspannen en ontspannen.” Hij werkt met trajecten, afhankelijk van wat er speelt, en kijkt altijd breder: naar wat er binnen gezin, op school of tijdens de sportomgeving gebeurt.
Hij noemt ook het systeem: wat je meekrijgt van je ouders en zij weer van hun ouders. De vanzelfsprekendheden die je gedrag sturen. “Veel doen we omdat het zo hoort,” zegt Daniel. “Niet per se omdat het goed voor ons is.”
Zijn eigen kinderen vormen zijn grootste spiegel. De band met hen is sterker geworden. Niet omdat hij harder zijn best doet, maar omdat hij er echt is. “Waar ik dacht dat ik altijd vóór hen was, ben ik nu aanwezig.” Ze mogen – nee, moeten! – fouten maken, zegt hij. Daar leren ze van. Het is dezelfde houding die hij jongens gunt: naast hen staan, zonder ze te willen fixen.
Praten blijft vaak in het hoofd. En alles wat in het hoofd zit, gaat er ook weer uit. Je moet het voelen. Dáár ontstaat het.
Uit de kooi
Na 25 jaar onderwijs zette Daniel zijn eigen bedrijf op. Met JE Coaching stapte hij uit de veilige omgeving die hij zelf een gouden kooi noemt. Hij noemt zichzelf niet ‘klaar’. Wel wakker. En hij weet nu waar hij niet meer wil zijn.
“Het leven is een reis,” zegt hij. “Je hebt pieken en dalen. En onderweg kom je gidsen tegen.” Dan zegt hij: “Kippenvel. Dát is voor mij het teken. Als ik dat krijg, tijdens een gesprek of na het horen van een verhaal, dan klopt het.”
Misschien is dat wel het verschil tussen doorgaan en leven: niet langer verdoven wat je voelt, maar herkennen wanneer iets je echt raakt.
Tekst: Radboud Droog
Foto’s: Simon van der Woude
