Wie voedt het algoritme op?

Tekst Marije de Lange, fotografie Comenius en !Mpulse

Afbeelding
Eigen foto

Smartphonegebruik onder kinderen is inmiddels opvoedprobleem nummer één. Het is een vraagstuk waar geen ouder of onderwijsprofessional nog omheen kan. Bijna alle twaalfjarigen - 97 procent - hebben een smartphone (NJi, 2025). Ook mijn eigen tienerzoon. En daarmee niet alleen een communicatiemiddel, maar een apparaat dat continu aandacht opeist, verleidt en stuurt.

Sinds 2024 zijn mobiele telefoons, tablets en smartwatches in de klas verboden. Op veel middelbare scholen geldt de regel ‘thuis of in de kluis’. Maar dat is geen wet, slechts een richtlijn. Scholen bepalen zelf hoe ze dit toepassen.

De praktijk blijkt weerbarstig. Want hoe realistisch is een telefoonverbod als leerlingen voor vrijwel alles afhankelijk zijn van digitale systemen als Magister: voor roosters, cijfers, agenda’s en lesmateriaal? Dit artikel onderzoekt hoe middelbare scholen in Leeuwarden omgaan met dat spanningsveld, wat het beleid oplevert, en waar het wringt.

Principieel blijven of meegaan met de tijd?
Iedere ouder krijgt ermee te maken, maar ik vind dat we er opmerkelijk weinig over praten: geef ik mijn kind een smartphone of niet? En als ik die stap zet, hoe ga ik dan om met schermtijd, verslavende apps, digitale risico’s en toezicht? Volg ik mijn kind via GPS of laat ik los?

Ik wist het zeker: zodra mijn zoon naar de middelbare school in Leeuwarden gaat, en dus een mobieltje ‘nodig’ heeft, dan zal ik streng zijn. In lijn met de laatste elf jaar. Toch kreeg hij zijn telefoon een jaar eerder dan gepland. Omdat de druk van buitenaf groot was. Omdat ik hem mee wil laten doen. Omdat ik niet wil dat hij gepest wordt. Omdat ik zelf ook jong ben geweest - en een van de eersten met een mobieltje - en omdat ik vertrouwen heb in mijn verstandige zoon, die het liefst boeken leest. En misschien ook omdat ik meer vertrouwen mag hebben in mijn eigen opvoeding.

Hulp bij die afweging vond ik nauwelijks. Als millennial groeide ik op zonder smartphone; mediawijsheid moet ik zelf uitvinden. School en GGD boden weinig steun. Bewegingen als Smartphonevrij Opgroeien ontdekte ik pas toen het toestel al in huis was - en toen voelde het al snel principieel. Gaat dit niet te ver? We leven toch ook in deze tijd?

De verantwoordelijkheid rond smartphones kunnen we niet bij het kind neerleggen.
Het is een nieuwe opvoedkundige werkelijkheid die iedereen raakt. Dat het nóg ingewikkelder ligt dan ik vooraf dacht, besefte ik pas goed toen mijn bijna elfjarige zoon voor het eerst op zomerkamp ging. De week ervoor had hij - tegen al mijn principes in - zijn smartphone gekregen, en vervolgens checkte ik die zomerweek obsessief zijn locatie, ik bleef hem tevergeefs bellen. De ironie: hij mocht zijn mobiel daar maar één moment vijftien minuten gebruiken. Wat een verstandig besluit van de kampleiding! Ik had het alleen liever vooraf geweten.

Een half jaar later: mijn vertrouwen blijkt terecht. Dertig minuten schermtijd, geen sociale media, toestemming vragen voor elk spelletje. Meestal staat het internet uit. Na de zomer gaat hij naar het voortgezet onderwijs. Tijd om scholen zelf eens kritisch te bevragen over hun smartphone beleid.

De nadelen van de smartphone
Dat smartphones risico’s met zich meebrengen, is overduidelijk. Overmatig gebruik hangt samen met slaapproblemen, concentratieverlies, angstklachten, depressieve gevoelens en een negatief zelfbeeld. En dan zijn er de digitale gevaren, vooral via sociale media: van grooming en sexting tot online pesten en erger.

Nederlandse jongeren zitten vaker en langer op hun scherm dan ooit. Scholieren besteden gemiddeld vijf uur per dag aan hun smartphone; meer dan de helft van de kinderen tussen de 9 en 13 jaar noemt zichzelf zelfs verslaafd. Dat bleek al in 2023 uit onderzoek dat ik las in De Correspondent. Hoe die cijfers er nu uitzien, durf ik nauwelijks te onderzoeken.

Volgens platform Smartphonevrij Opgroeien gaat 80 procent van die schermtijd op aan sociale media. Opvallend, omdat die platforms zelf een minimumleeftijd van 13 jaar hanteren, en de AVG stelt dat ouders tot 16 jaar expliciet toestemming moeten geven voor het verwerken van persoonsgegevens. Toch zouden inmiddels zo’n 700.000 kinderen onder de twaalf jaar actief zijn op TikTok.

Al in 2023 pleitte techkenner Alexander Klöpping voor een leeftijdsslot tot 16 jaar op zwaar verslavende apps als TikTok. Inmiddels wordt daar in Europees politiek verband serieus over gesproken - niet voor één platform, maar voor alle sociale media.

Brandbrief
Op de website van platform Smartphonevrij Opgroeien staat een brandbrief gericht aan de overheid. Hierin steunt een groep van ruim 3.000 artsen, wetenschappers en praktijkdeskundigen de oproep van de ouders van meer dan 30.000 kinderen in Nederland. Zij roepen op tot dringende actie tegen de groeiende gezondheids- en welzijnscrisis als gevolg van extreem en leeftijdsongeschikt scherm- en sociale mediagebruik bij kinderen. Zij vragen om een duidelijke leeftijdsgrens, strengere wetgeving en vooral: het niet langer normaal vinden dat kinderen continu online zijn. 

Van opvoeding naar politiek
In maart 2025 riep de Tweede Kamer het kabinet op om sociale media te verbieden voor kinderen onder de vijftien jaar. Het bleef bij een oproep, er kwam geen wet. Wel een expliciet advies: wacht met sociale media tot vijftien jaar. De reden is de zorg over de mentale gezondheid. Ook het Europees Parlement schoof eind 2025 een norm van zestien jaar naar voren, terwijl landen zoeken naar passende leeftijdsgrenzen en verificatiesystemen. Sommige landen zijn al verder: in Australië en Denemarken gelden inmiddels beperkingen. Het signaal is duidelijk, maar de uitvoering blijft aarzelend. Ondertussen ligt de verantwoordelijkheid nog altijd bij ouders en scholen.

Iedereen bemoeit zich ermee
Wat ooit een privékwestie was, is nu publiek debat. Pedagogen en mediawetenschappers krijgen bijval van economen, techjournalisten en bekende Nederlanders. Arjen Lubach, Alexander Klöpping en actrice Thekla Reuten spreken zich openlijk uit voor een smartphonevrije jeugd. Niet omdat technologie het probleem is, maar omdat verdienmodellen van sociale media dat wel zijn. Aandacht is geld. En kinderen blijken daarin een bijzonder kwetsbare doelgroep. Maar hoe luid het debat ook klinkt: harde conclusies blijven ingewikkeld.

Lange termijn: onbekend
De vergelijking met roken en alcohol wordt vaak gemaakt, maar deze wringt. Ook die middelen werden ooit als onschuldig gezien, tot de langetermijneffecten overduidelijk bleken. Bij algoritmische sociale media (een algoritme is een slimme formule die bepaalt wat jij op welke plek in je Instagram-, Facebook-, of YouTube-tijdlijn te zien krijgt, red.) ontbreekt dit nog. 

Sociale media bestaan pas twintig jaar. Wel toont veel onderzoek, onder meer van het Trimbos-instituut, aan dat de opkomst van sociale media samengaat met een vermindering van mentaal welzijn onder voornamelijk jongeren. Of sociale media somber maken, of sombere jongeren er juist meer gebruik van maken - of dat deze twee elkaar versterken - dat blijft vooralsnog onduidelijk. Maar dat maakt dit vraagstuk ook zo belangrijk. 

Smartphonevrij Opgroeien
Vanuit die onzekerheid ontstond het platform Smartphonevrij Opgroeien, een ouderinitiatief mede opgezet door Thekla Reuten. De beweging noemt zichzelf nadrukkelijk ‘pro-kindertijd’, niet ‘anti-tech’. Geïnspireerd door het Britse ‘Smartphone Free Childhood’, wil het platform ouders en scholen helpen om gezamenlijke afspraken te maken, zodat kinderen niet individueel ‘achterblijven’ zonder smartphone. Daarnaast zetten zij druk op overheden en techbedrijven om hun verantwoordelijkheid te nemen. Want zolang regelgeving achterloopt, moeten anderen het gat vullen. En zolang wetgeving achterblijft, verschuift de verantwoordelijkheid vanzelf naar scholen, waar beleid dagelijkse praktijk wordt.

Telefoon uit, dilemma aan

“Het is digitale heroïne” , zegt Ralph de Jong van Piter Jelles !Mpulse

Sinds januari 2024 vraagt de overheid middelbare scholen om smartphones tijdens schooltijd te weren, tenzij ze noodzakelijk zijn voor de les. In de praktijk betekent dat meestal: thuislaten of in de kluis. Hoe handhaafbaar is zo’n verbod? En hoe eerlijk is het voor leerlingen die vrijwel volledig digitaal onderwijs volgen?

Bij Piter Jelles !mpulse voerde directeur Ralph de Jong het smartphonebeleid al vóór de landelijke richtlijn in. De regels zijn helder: geen telefoons in lessen, gangen of pauzes; alleen op één afgebakende plek is gebruik toegestaan. Niet omdat hij gelooft in totale controle, maar omdat grenzen nodig zijn. De Jong noemt de smartphone zonder omhaal ‘digitale heroïne’: ontworpen om aandacht vast te houden en sociale interactie te verdringen. 

Opvallend genoeg herkennen leerlingen dat beeld. Uit een OVO-enquête blijkt dat zij het verbod lastig vinden, maar tegelijk zeggen het nodig te hebben. “Zonder regels lukt het ons niet,” gaven leerlingen zelf aan.
Praktische bezwaren worden volgens De Jong overschat. Roosters en lesmateriaal verlopen via laptops, cijfers zijn niet realtime inzichtelijk voor ouders. De smartphone is simpelweg niet noodzakelijk om te leren. 

Ook binnen de CVO-koepel geldt het ‘nee, tenzij’-principe, met ruimte voor schoolspecifieke keuzes. Rector Cees Vogelvanger (Comenius Mariënburg) ervaart tegenstrijdigheid: ouders geven hun kind een smartphone mee, maar zijn tegelijk opgelucht als school grenzen stelt. Door cijfers pas op vaste momenten vrij te geven, wordt een deel van de stress weggenomen. “Leerlingen checken voortdurend,” zegt hij. "Door duidelijkheid ontstaat rust.” 

Een uitzondering vormt het Beyers Naudé Gymnasium, waar telefoongebruik nog is toegestaan. Na de zomer van 2026 verandert dat. De keuze om niet met het principe ‘thuis of in de kluis’ te werken, is eerder gemaakt door een inmiddels volledig vernieuwde schoolleiding. Teamleider Bianca Nauta vertelt dat leerlingen actief meedenken over telefoonloze pauzes en tussenuren. Hun belangrijkste wens: spelletjes kunnen doen.

Deze scholen in Leeuwarden laten zien dat het smartphone vraagstuk eerder een opvoedkundige dan een technische kwestie is. Niet de vraag óf we begrenzen is dringend, maar wie dat doet. Wordt het tijd dat volwassenen eindelijk zelf de regie nemen?

Leerlingen voor gymnasium Beyers Naudé
Leerlingen van !mpulse
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding