Tippen en tattoos
Tekst Ate de Jong. fotografie Rintsje van der Heide

Zijn lijf onder de tattoos, zijn kleurrijke kleding. Nee, doorsnee kun je Rintsje van der Heide (45) uit Jorwert niet noemen. Hij beoefent ook een aparte sport. Hij is fanatiek tipper. Tipper?
Tippen (zie uitleg in kader) wordt in Jorwert en Mantgum gespeeld. Het is een wat uitbundiger vorm van biljarten: een tipper tikt een stok niet tegen de bal maar gooit de stok er zo hard mogelijk tegenaan.
Kwestie van geluk
Oefening baart kunst, zeker, maar – eerlijk is eerlijk – het is vaak ook een kwestie van geluk, zegt Rintsje. Zelf tipt hij al vanaf zijn elfde, maar het komt voor dat hij wordt weggetikt door een beginneling.
Maar als hij zijn dag heeft, dan is hij in staat het houten balletje (koaike) het veld uit te slaan – een soort van homerun. Een keer knalde het koaike tegen de ruit van een geparkeerde auto. Vergis je niet, zegt Rintsje, als ze goed worden geraakt dan hebben die balletjes een snelheid van meer dan honderd kilometer per uur. Gevolg: een enorme ster in de ruit. De eigenaar van de auto reageerde sportief: de verzekering dekt de schade. Die dag won Rintsje het tippen. Hij bracht de prijs – 24 stukjes Oranjekoek – naar de automobilist. Die wilde met hem op de foto, bij de auto.
Elke partij heeft een prijs voor de verste slag. Die won hij twee jaar geleden nog. “Sjoch,” zegt hij en hij toont het koaike waarmee hij de prijs behaalde. Zij verste slag ooit: 71 meter. De laatste jaren zijn Anne Jan Hallema en Rintsjes broer Johannes de toptippers in Jorwert. Ooit behoorde Rintsje ook tot de top, nu is hij subtopper.
De kneppel
Ook een verschil met biljarten: een keu koop je, een kneppel, de tipstok, groeit langs de weg. Kleine kettingzaag mee en dan snoeit hij wat takken. Niet te veel, zodat het niet opvalt. Thuis stript hij de takken en laat ze twee maanden uitharden. Dan verft hij ze. Daar is hij mee begonnen toen hij een kneppel miste. Hij had die dag de prijs gewonnen en iemand heeft waarschijnlijk gedacht dat dat aan de kneppel lag. Weg kneppel. Sindsdien maakt hij ware kunstwerken van de tipstokken. Onmiskenbaar van hem.
Een kunstenares uit Amsterdam kwam eens kijken bij het tippen. Ze vond zijn kneppel prachtig. “’Mag ik wat vragen, jongeman?' sei se. Ik sei: ‘Sis mar Rintsje.’ ‘Wie maakt die stokken? Ik vind ze uniek.’ Se woe graach ien hawwe. Dy hinget no yn in gallery yn Amsterdam.”
Kratten bier
Sponsors zijn voor de club van levensbelang. Bakker Boonstra sponsort met gebak, slager Portman met de vleesprijzen. De Hallemapartij, dankt zijn naam aan oud-groenteboer Germ Hallema en dus gaan de winnaars die dag met aardappelen en stamppotpaketten naar huis. En dan is er nog de Imke Dijkstrapartij, genoemd naar de caféhouder, die sponsort met kratten bier.
Het bestuur zorgt voor knakworsten en hamburgers, een flesje bier kost een euro, colabeerenburg eenvijftig. Lid ben je voor vijf euro per jaar. Zo kan iedereen meedoen. Rintsje weet wat het is om van weinig geld te moeten leven. Hij heeft een klein uitkerinkje en bezorgt kranten in Jorwert. Geen vetpot, hij heeft dertig euro leefgeld in de week, ook omdat hij een schuld moet aflossen. Dat lukt hem.
Ieder mens wil wel eens shinen. Is het tipveld voor Rintsje een plek waar hij zich kan laten zien? Nee, daar gaat het niet om, zegt hij. Natuurlijk lopen de tippers wel met de borst naar voren na een mooie klap en luid juichen hoort daarbij. Elkaar wat opnaaien trouwens ook. Tippen is oorlog en psychologische oorlogsvoering mag, net als bij het kaatsen. Maar hij beoefent het spel vooral om de ontspanning en voor de gezelligheid. Biertje erbij, soms al voordat de eerste slag is geslagen.
Noflik yn de sel
Dom, hij had er al eens leergeld voor betaald – zat zestig dagen in de Blokhuispoort voor rijden onder invloed – maar hij reed op zijn scooter opnieuw met drank op, raakte van de weg en knalde met zijn hoofd tegen het asfalt. 35 steentjes in zijn hoofd, hij heeft ze bewaard. Een ooglid gescheurd, een stuk van het rechteroor, de kaak op twee plekken kapot.
Die gevangenisstraf beviel hem trouwens goed. Mensen mochten op bezoek komen, maar daar had hij geen enkele behoefte aan: “It siet dêr noflik. Ik mocht op ’e sel roke, op tiid kofje, televyzje, twa oeren deis luchte, iten, drinken. Wat wolle jo noch mear?” Lachend: “Ik mei graach op my sels wêze.”
Leven en laten leven
Hij staat nonchalant in het leven, zegt hijzelf. Waarom zou hij zich druk maken? Hij wil anderen best wel eens helpen als dat moet, maar verder: leven en laten leven. Hij woont alleen, is nu zes jaar vrijgezel: “En dat hâld ik ek sa.” Zeker weten? Een vriendin zei dat vrouwen hem geweldig vinden. Een spannende man, met die tatoeages en aparte kleding, maar Rintsje is stellig: “Gjin behoefte.”
Zijn vertrouwen kreeg te vaak een opdonder. Nee, geef hem de dieren maar. Hij heeft een hoodie met de tekst: 'Ik ben maar een eenvoudige man. Ik hou van bier en honden.' Drie maanden nadat hun relatie was gestrand – ze ging vreemd – belde zijn ex. Het ging over hun hondje. Ze wilde hem kwijt en naar het asiel brengen. Asiel? No way, zei Rintsje en sindsdien woont Rocky, een Chihuahua, bij hem. Hij heeft ook katten, maar Rocky is zijn beste maat, daar kan niemand aan tippen: “Rocky is myn alles.” Ze slapen altijd samen. Kun je dieren beter vertrouwen dan mensen? Zeker weten, zegt hij, 100 procent.
Wilders
Ook in de politiek heeft hij weinig vertrouwen. Hij heeft Wilders gestemd. Want die buitenlanders. Kijk naar Leeuwarden, daar kun je op bepaalde tijdstippen beter niet komen. Hij is al eens bedreigd met een mes. “Ik steek je neer,” zei die jongen. “Probeer maar,” zei Rintsje, “maar ga niet huilen als een klein kind als je straks op de grond ligt.” En toen heeft hij hem de kaak kapot geslagen. Hij zegt het zonder emotie. Echt, hij heeft geen hekel aan buitenlanders, kan prima opschieten met een Syrisch gezin in Mantgum. Maar die raddraaiers in Leeuwarden. Uitkijkend over het weidse Friese platteland, zegt hij: “Fol is fol.” Vandaar: PVV. Maar hij hoopt niet dat Wilders ooit aan de macht komt, want: “Dan komt it net goed yn dit lân.”
Grappige tattoos
Zijn hele lijf is getatoeëerd. De naam van zijn zoon, die hij overigens al jarenlang niet heeft gezien, staat breeduit op zijn rechterarm. Tattoos voor alle mensen die hij in zijn leven is verloren. Grappige tattoos, maar ook veel doodskoppen. Wat heeft hij met de dood? Hij is er niet bang voor, zegt hij. En of er een leven na de dood is interesseert hem niet. Maar, het zekere voor het onzekere, in de kist gaat wel een pakje zware Van Nelle mee.
KADER
Tippen is een historische Friese sport. De sport werd voor het eerst genoemd in 1775. Jorwert is het middelpunt van het hedendaagse tippen. Tippen wordt buiten gespeeld. Een aantal tuollen (assen van wagenwielen) met nog maar twee spaken wordt op één lijn gezet. Op elke tuolle wordt met een stukje klei een eivormig balletje (koaike) geplakt. Op vijf meter afstand van de tuollen ligt een lijn. Achter deze lijn staan twee duo's die tegen elkaar spelen. Om de beurt gooien ze een houten kneppel (stok van ongeveer één meter) en het is de kunst om met deze stok het koaike zo ver mogelijk van de tuolle te slaan. Het duo dat het koaike het verst slaat, krijgt een punt. Wie vier punten heeft weten te behalen, wint de partij. (Info van de website van Tipclub Reitsje Him in Jorwert. www.tippenjorwert.nl. Daar is ook een video van het tippen te zien)
Foto´s: Rintsje van der Heide en Ate de Jong




