Sven Kramer blijft altijd schaatsen: “Reedride is lol yn de training hawwe”
HEERENVEEN - Hij wordt in april 40 jaar. Dat is een moment dat je uitkijkt naar jezelf en je toekomst. Sven Kramer heeft al een heel rijk leven gehad. Hij was de zoon van een echtpaar dat schaatsen als hobby had. En schaatsen is voor 90 procent trainen. Dat deden zijn ouders op Thialf Heerenveen. Dan moesten ze soms hun zoontje even parkeren op het shorttrack ijs. Daar begon Sven te schaatsen. Wilde hij toen al dat hij de sterkste schaatser in de wereld zou worden? Het antwoord komt onmiddellijk en is typisch Sven Kramer: “Ja. Miskien dat it fanút de âlders net iens sa bedoeld wie, mar it hat altyd mýn doel west.” En hij slaagde erin.
We hoeven Sven Kramer helemaal niet nog voor te stellen, de beste schaatser ter wereld is immers een beroemdheid. Toen hij doorkwam was het wereldkampioenschap over vier afstanden het allerbelangrijkste in de schaatswereld. Tussen 2007 en 2018 werd Sven Kramer negen (!) keer wereldkampioen all round. Haalde ook negen medailles op de Olympische Spelen, waarvan er vier van goud waren. We kunnen alle cijfers wel noemen, maar die lijst is te lang. En ontzagwekkend goed. Kramer kon veel meer dan all rounden: hij behaalde bijvoorbeeld 62 afstandsoverwinningen in de World Cup.

![]()
Succesvolle IJssportdag met Johan Cruyff Foundation en Sven Kramer Academy. Eigen foto
“Joust dy no wolris efkes del?” Hij grijnst even. Schudt dan zijn hoofd. Zo zit een Sven Kramer niet in elkaar. Hij bleef overigens bij schaatsen betrokken. Allereerst zijn ‘maatschappelijke’ project. Samen met collega-schaatser Douwe de Vries zette hij de Sven Kramer Academy (SKA) op. De beroemdheid van Sven Kramer wordt omgezet in dat je bij de academie kennis kunnen maken met schaatsen. Dat was het begin.
Sven en Douwe hebben nu zo’n 250 mensen aan het werk om die begeleiding daarvoor te doen op de diverse ijsbanen in Nederland. Doel: iedere Nederlander moet minimaal één keertje in zijn of haar leven op schaatsen hebben gestaan. De beide mannen zijn immers zo veel mensen tegengekomen van hun leeftijd die door gebrek aan natuurijs nooit hebben geschaatst.
Cultureel erfgoed
Sven Kramer: “Yn Nederlân is reedriden kultureel erfguod.” Dus moet iedereen minstens één keertje geschaatst hebben. Dat is sowieso goed, want er wordt in dit land toch al te weinig bewogen. zegt Kramer. Nederland moet fitter worden. En ook lol hebben in intensief trainen “Dat waard ús mei de breileppel ynjitten, wille en swier wurk kombineare. Dat moat eins foar elk jilde.”
Academiemaat Douwe de Vries heeft intussen een zit in het bestuur van de Elfstedentocht. “Dom”, zegt Kramer lachend, “want bestuursleden mogen de tocht niet meerijden”. Reken maar dat Kramer dat gaat doen, mocht hij ooit nog doorgaan. In de aanloop naar een van zijn wereldkampioenschappen fluisterde hij al dat als er een tocht zou komen hij naar huis ging en dat wereldkampioenschap zou vergeten. Dat had ongetwijfeld gezorgd voor gerommel met de schaatsbond KNSB.
![]()
Foto: Johan Brouwer
Essent
Daar hebben ze nog steeds met Sven Kramer te maken. Dankzij zijn tweede project, het commerciële. Hij is eigenaar van de Essent schaatsploeg. De navolging van TVM en Jumbo, waar Sven ook al voor reed. Hij maakte als rijder kennis met de trainer, Jac Orie. Dat was de tweede begeleider waar Sven in zijn schaatscarrière een warme en lange schaatsband mee kreeg. Na eerst een jaar of acht bij Gerard Kemkers te hebben gereden.
Zelfs toen die op de Olympische Spelen zijn pupil Kramer de verkeerde baan instuurde en zodoende zijn vijfde gouden medaille onthield, bleef hun connectie in stand. Dat komt omdat Sven Kramer het belang van continuïteit in de sportbeoefening belangrijk vond en vindt. Ja, datzelfde rondje met diezelfde stem aan de kant is eentonig, maar dan kom je er. Hij kon dat. “Ik ha in hurde kop.”
In de Essent ploeg zorgt Kramer voor het zakelijke deel, Orie is de technische man. Bij hem voelde Kramer zich als schaatser thuis. Als ‘directeur’ ook? Want Ories ploeg is altijd in de eerste wedstrijden in oktober niet de meest sterke. Kramer: “Ja, dat giet bêst. Wy dienen en dogge yn de simmer wat langer troch, en dêrom binne wy dan noch gjin top”. Dat moet je durven. Orie geeft dan rust en vertrouwen. En hoewel op een Olympisch Kwalificatietoernooi volgens Kramer nooit alles goed gaat, konden bijvoorbeeld Tijmen Snel en Suzanne Schulting dit keer wel verrassen.
Grommelen
Als de naam Schulting wordt genoemd begint Sven Kramer te grommelen. Dat is een omschrijving van het uitstoten van emotioneel ongenoegen. Suzanne Schulting uit Heerenveen, zij maakt deel uit van de Essent ploeg, kwalificeerde zich op dat OKT voor de Olympische Spelen langebaan. En reed daarna in het Nederlands Kampioenschap shorttrack de andere meiden aan gort. Maar de KNSB twijfelde ineens of ze wel geselecteerd kan worden voor het shorttrackgedeelte. Omdat ze dan iemand anders die het gehele seizoen voor de nationale ploeg heeft gewerkt thuis zouden moeten laten. De grommel geeft aan dat Sven Kramer dat een onzin argument vindt. De snelste moet geselecteerd worden.
Zomertraining
Voorspellingen over de komende Olympische Spelen doet Kramer niet. Ook toen hij zelf nog schaatser was zei hij voor een wedstrijd vaak niet meer dan dat ze er geweldig en intensief voor getraind hadden en verder moesten afwachten of dat genoeg was. Het is niet zichtbaar wat anderen hebben gedaan. “En medailles win je yn de simmertraining.”
Het is lastig in die trainingen de juiste keuzes te maken; niet iedereen kan alles doen. Het schaatsen van Kramer stond in het teken van het WK-all round. Daarvoor moest je op de 500 meter niet te veel achterraken, een goede 10 km rijden en dan via de 1500 m en 5 km scoren. Op die laatste afstand deed Kramer het altijd.
De Zweed Niels van der Poel veranderde echter het gebruik van de lange afstanden, door heel specifiek te trainen voor de 10 km. Een voorbeeld dat internationaal veel gevolg kreeg. Zo niet in Nederland. Een beetje. “En fansels ik moast altyd tsjin Jorrit (Bergsma) op de 10 km oan de bak, dy die dat koarte wurk hielendal net. Al siet hy noch net iens yn it Van der Poel ferhaal.” Als je tussen de zinnen door luistert zegt Kramer dat Nederland, op die lange afstanden bij de mannen, niet veel eremetaal zal veroveren, terwijl dat in zijn periode toch gebruik was.
Fries
We hebben afgesproken op een dag dat de sneeuw Fryslân teistert. Daar kan de auto van Kramer heel goed tegen. Hij komt uit Amstelveen, en voor de afspraak in Joure kan hij nog even naar Goïngarijp. Goïngarijp? “Ja, dêr ha ik in hûs kocht.” Niet dat hij uit Amstelveen weggaat, maar zo’n tweede huis in Goïngarijp is mooi. Bootje in Terherne, enzovoorts. Maar Sven is toch geboren en getogen in Heerenveen? Daar heeft hij altijd gewoond, daar was Thialf zijn tweede huis. Hij is toch een echte Heerenvener? Het blijft even stil en dan heel nadrukkelijk: “No, ik fiel my mear Fries as Hearrenfeaner...”
In ‘zijn’ Fryslân heeft hij immers jarenlang de basis gelegd voor al zijn sportieve prestaties. Het trainen op de fiets in de provincie behoorde daar ook toe, hij kent elk weggetje en plekjes waar je koffie kunt drinken. Heeft nu ook belangstelling voor andere Friese zaken. En vergeet niet, als er een klein ijsplaatje ligt vind je hem op schaatsen in één of andere Friese polder.
Is hij anders geworden door de topsport? Sven Kramer denkt heel lang na, voor hij voorzichtig zegt dat je natuurlijk wel verandert als je ouder wordt, en dat je door de sport een aantal wijsheden meekrijgt, en misschien ook wat meer relativeert. Dat heeft allemaal met leeftijd te krijgen. “It prestearen helpt wol, mar echt oars...nee, ik bin net in oar minsk wurden.” Ergens verderop in het gesprek gaat het over eens rustig gaan zitten, en dat dat er bij hem niet in zit. “De aard fan it bistje moast mar rekkenje.”
![]()
Foto: SKA Academie
Bekendheid
Hij heeft ook geleerd om te gaan met de bekendheid die je als topsporter hebt. De drang van het publiek om selfies, handtekeningen, enzovoorts. “Ik hikke der yn it begjin wol tsjin oan, mar ha yntusken leard dat it wol hiel wichtich is.” Hij kan er nu mee omgaan, hoewel het bij hem nog niet voorbij is.
En dan komt die 40-plus vraag. De toekomst. Geluk en gezond gezinsleven, dat soort dingen. Allemaal heel gewoon. “Mar ik ha altyd de ambysje hân fan frijheid, frij wêze fan alles. Dat hoech ik net mear te sykjen. Dat ha’k al.”
Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Johan Brouwer







