Cambuurliefde
LEEUWARDEN - Na een gewonnen wedstrijd thuiskomen, biertje uit de koelkast, televisie aan en dan naar Teletekst pagina 829. Zien hoe mooi Cambuur ervoor staat. Hij kan er een uur naar kijken, de uitslag. Een uur alleen dat beeld. Sigaren- en sigarettenboer Eduard Reekers (57) uit de Prins Hendrikstraat in Leeuwarden over zijn levenslange liefde voor Cambuur.

Natuurlijk, familie, zijn vrouw Wanda en de kinderen, staan bovenaan. “Als daar iets mee is, daar kan ik niet goed mee omgaan. Word ik stil. Zie ik doemscenario’s.” Zijn dochter Janine (28) is keepster bij FC Groningen en sportfysiotherapeute: “Gaat met de dames van Sneek naar Europacupwedstrijden. Geweldig.”
Zoon Dennis (23) voetbalt in het eerste van MKV en is beleggingsexpert. Over Dennis wil hij graag wat vertellen: “Op de lagere school had hij een leerachterstand, hij zou eigenlijk naar het speciaal onderwijs moeten, zei het schoolhoofd. Maar toen kregen we een telefoontje van een begeleidster op die school, Willeke. Zij zei: ‘Het klopt niet. Dennis moet alleen wat speciale aandacht hebben.’ Hebben ze gedaan en hij kon daar gewoon blijven. Later ging het gigantisch goed. Maar puur door Willeke. Die zág Dennis. Die moet je even noemen: Juf Willeke.”
“Ik heb hele lieve kinderen. Daar heb ik geluk mee gehad,” zegt hij. Dus Wanda en de kinderen op nummer één. Maar direct daarna die andere grote liefde: Cambuur. Hij kan er dagen over praten.
Mark Payne
Over Mark Payne bijvoorbeeld: “Als jongetje van acht ging ik al naar Cambuur. MI side. Samen met Gerrit Hoekstra, Peter Drijver, Robbie Propsma – later teammanagers van Henk de Jong – gingen we naar alle uitwedstrijden. Ik was zwaar onder de indruk van Mark Payne. Legendarische middenvelder. Zo iemand die negentig minuten lang gaat. Verzaakte nooit. Lieveling van het publiek.
Mark dartte, net als ik. Ik kon wel aardig darten. Ik trof hem op het Open Fries Kampioenschap, in ‘t Ouwe Vat, in Sneek. Ken je dat? Als je Sneek binnenkomt en je staat voor de stoplichten heb je rechts die grote lampenwinkel. Daar vlakbij. In de finale pakte ik Mark met 3-0. En toen werden we vrienden. Echte vrienden. Hij was acht jaar ouder, maar dat leeftijdsverschil maakte niks uit. Wij deden elke dag alles met elkaar. Hij haalde me van school en dan gingen we darten, vissen, voetballen, schaatsen, je kon het zo gek niet bedenken. Zijn vrouw zei: ‘Je bent meer met hem getrouwd dan met mij.’
Opeens was Mark vertrokken, transfer terug naar Engeland. Ik vond het verschrikkelijk. Mijn maat waar ik alles mee deelde, was weg. Daar had ik wel verdriet van. Maar we hebben altijd contact gehouden. Afgelopen paasweekend ben ik nog bij hem geweest, samen met Dennis. Die kreeg Marks laatste Cambuurshirt. Daar had hij nog in gescoord tegen Heerenveen. Mark heeft geen kinderen, daarom zei hij: ‘Die krijg jij van mij.’ Mooi hè.”
Henk de Jong
Over Henk de Jong, natuurlijk over Henk de Jong: “Met Henk zijn de successen begonnen. Cambuur zat natuurlijk wat in een dip met trainers als Stanley Menzo en Alfons Arts. Toen nam Henk het over. Het voetbal veranderde gelijk. Kijk, de meeste trainers denken: ‘Als we plek zes, zeven halen, of nacompetitie, dan hou ik mijn baan.’ Henk had daar maling aan. Henk kwam en we kregen gelijk twintig corners omdat hij aanvallend wilde spelen.
Fantastische trainer, fantastische man. Als het eens wat minder gaat hoor ik de kritiek op Henk ook wel, maar dan zeg ik altijd: ‘Eerst promoveerde hij met Sneek. Daarna Harkemase Boys. Kampioen. Cambuur. Drie keer kampioen. De ene keer die ze ons hebben ontstolen tel ik ook mee. De Graafschap. Gepromoveerd. Noem mij eens een trainer met zo’n cv. Die zijn er niet.’ Dus wat nou: Henk is niet tactisch genoeg. Hou toch op man. Het is gewoon een supertrainer.”
Teletekst
En over Teletekst: “Na een gewonnen wedstrijd plof ik heerlijk in mijn stoel, zet ik de tv op pagina 829, Teletekst. Kijken naar de uitslagen. En dan wat filosoferen. We krijgen die nog thuis, die uit… En dan denk ik: ‘Dit komt goed. Dit kan niet meer misgaan.’ Kan ik wel een uur naar kijken. Teletekst is mijn grootste vriend. Pagina 829. Maten van mijn zoon zien me zitten – wat doet die vent nou? - en vertellen het aan hun ouders. ‘Je deugt niet,’ zeggen die dan wel eens tegen me.”







