Anneke Douma nog één keer op de middenstip

1 jun 2025, 10:59 Algemeen
Simon van der Woude
Anneke Douma
Anneke Douma

Een naam die in één adem genoemd wordt met It Woanskip, Skûtsjesile en Bonkevaart. Om maar een paar hits te noemen. Tachtig is ze inmiddels, en al even zangeres-af. Na ruim zestig jaar op het podium vond ze het mooi geweest. In 2022 gaf ze haar laatste optreden. Althans: zo goed als. Op 5 juli zingt ze nog één keer haar levenslied – It Woanskip – voorafgaand aan Cambuur-Feyenoord. Een eenmalige toegift op de middenstip.

Mis je het, het zingen?
“Ja... maar nu niet meer. Ik heb wel een hele strijd geleverd hoor. Want ik heb altijd gedacht: als ik niet meer zing, dan is dat het einde. Dat was m’n uitlaatklep. Ik zing al vanaf dat ik vier was. In de bus, bij de conducteur op schoot – altijd aan het zingen.”

Dus je bent niet bewust zangeres geworden?
“Nee, ik wás het gewoon. Ik heb het niet gekozen, het zat in me. En ik ben er ook nooit meer mee gestopt. Mijn eerste echte optredens waren op m’n veertiende. Ik heb een dikke zestig jaar op het podium gestaan. Niet omdat het moest, maar omdat ik er niet zonder kon.”

Wanneer kwam het moment dat je dacht: nu is het klaar?
“Toen ik merkte dat mijn oren me in de steek lieten. Ik ben doof aan het worden. Draag gehoorapparaten. En op een gegeven moment hoorde ik de begeleiding niet goed meer. Het koortje, de accordeon – daar kreeg ik altijd vleugeltjes van, maar dat verdween langzaam. Het geluid werd vlak, irritant zelfs. Dat maakte me onzeker, ik ging twijfelen aan mezelf.”

Wat deed dat met je?
“Ik kreeg een hekel aan het optreden. De spanning, de zenuwen… op mijn leeftijd had ik daar geen zin meer in. En ik was altijd iemand die voor tweehonderd procent haar best deed. Als dat niet meer lukt, dan wil ik het niet. Dan voelt het niet goed.”

En dan is het moeilijk om los te laten?
“Zeker. Ik heb er twee jaar mee geworsteld. Was ook echt depressief. Want ik dacht altijd: als ik stop, ben ik niks meer. Maar ik ben geen zangeres geworden omdat ik dat wilde, ik wás het gewoon. Dat zat in alles. En dan moet je op een dag zeggen: nu is het genoeg. Omdat ik niet ten koste van mezelf wil zingen. En al helemaal niet ten koste van het publiek.”

Ben je daarna op zoek gegaan naar iets nieuws?
“Niet echt. Mensen zeggen dan: zoek een andere uitlaatklep. Maar die is er voor mij niet. Ik probeerde wel eens wat, maar zingen... dat was wie ik ben. En ik zing ook niet voor mezelf, thuis. Alleen als er een gitaar op tafel ligt, dan wil ik nog wel eens wat neuriën. Maar verder niet.”

Je zei: ik wil geen risee van mezelf worden.
“Precies. Ik was altijd heel zuinig op m’n muzikale gevoel. Dat is het enige waar ik nooit concessies aan heb gedaan. Ik zong nooit voor het geld. Ik zong omdat ik iets wilde overbrengen. Als dat niet meer lukt zoals ik het wil, moet je stoppen.”

Heb je dat besluit geaccepteerd?
“Ja, inmiddels wel. Het heeft even geduurd, maar ik weet nu: het was de juiste beslissing. En dan mis je het ook niet meer. Ik ben heel dankbaar. Voor het zingen. Voor het publiek. Voor de liefde die ik heb gekregen.”

Je was ook niet iemand die hunkerde naar aandacht?
“Nee, ik was in dienst van het publiek. Het mooiste was als iemand na afloop zei: ‘Ik hâld fan dy.’ Daar deed ik het voor. En ik was altijd dichtbij de mensen. Ik stond niet boven ze, ik stond er tussenin.”

Je hebt over de hele wereld gezongen.
“Reizen heeft me verrijkt, absoluut. Maar het zingen bleef altijd het hoofddoel. Ik vond het prachtig om in Canada, Nieuw-Zeeland of de Cariben op te treden, vooral voor Friezen in den vreemde. Dan kwam ik daar met m’n koffer, zonder één woord Engels, maar met m’n stem. En als ik dan begon te zingen – It Woanskip, It Aldershûs – dan zag je de ontroering. Mensen die dertig jaar geleden zijn geëmigreerd en bij één noot terug zijn in hun jeugd. Dat is onbetaalbaar. Dus nee, het ging me niet om het reizen zelf. Maar om wat ik met mijn muziek kon betekenen, waar dan ook ter wereld.”

Nooit willen emigreren?
“Nooit! Ik had altijd heimwee. Ik vond het prachtig hoor, reizen, optreden. Maar weg is leuk voor even. Mijn hart ligt hier. Ik ben een Friezin. Met wortels in de klei. En als ik dan weer thuiskwam en de lichtmasten van Cambuur zag vanaf het Europaplein, dan wist ik: ja, dit is waar ik hoor.”

En je woont nog steeds daar, aan het Europaplein?
“Ja, in een gezellige flat. Samen met mijn hond Boy, mijn poes en mijn vissen. En ik zit graag buiten. Op de hoge stoeprand langs het fietspad, gewoon om naar mensen te kijken. En als het uitkomt, een praatje te maken. Want alleen is tenslotte maar alleen.”

Ben je iemand die veel terugkijkt?
“Ja, sinds ik gestopt ben, wel meer. Vroeger ging alles zo snel. De ene avond zong ik hier, de volgende avond daar. Nu heb ik tijd om terug te denken. En dan denk ik: wat heb ik een prachtig leven gehad. Wat heb ik veel gezien. En vooral: wat heb ik veel gekregen.”

Wat maakt je nu gelukkig?
“Kleine dingen. Een mooie dag. Een praatje. Maar het allergrootste geluk? Dat zijn mijn kleinkinderen. Als Jesse langskomt en z’n vrienden meeneemt, dan zit ik hier met een kop koffie en een sigaret, en dan denk ik: dit is het. Dan is het leven goed.”

En Jesse noemt je oma Woanskip?
“Ja, haha. En hij is gek van Cambuur. Kijkt altijd voetbal met mij. Dan hopen we natuurlijk allebei dat ze winnen.”

Heb je veel vrienden uit het vak overgehouden?
“Ja, zeker. En ik was altijd iemand die knokte voor saamhorigheid. Wij artiesten hebben elkaar nodig. En ik vond het ook belangrijk dat er plek was voor nieuw talent. Dat heb ik altijd gesteund.”

Is er een liedje waar je zelf het meest van houdt?
“Dat zijn er veel. Ik mag altijd graag ballads en blues zingen. Een van mijn favorieten is Help Me Make It Through The Night. Die zing ik in het Fries. Wêz Myn Skûlplak foar de Nacht. Een echte ballad. Daar houd ik vdus an.”

Wat zou je willen meegeven aan jonge zangers en zangeressen?
“Zing niet om beroemd te worden. Zing omdat je het voelt. Omdat je iets wilt delen. En wees altijd op tijd, haha. Afspraak is afspraak. Dat heb ik van Henk Strampel geleerd. Mijn oude agent. Hij zei: op Anneke kon je altijd rekenen. En dat vind ik nog steeds het mooiste compliment.”

Laatste vraag: ben je gelukkig?
“Ik heb alles gehad wat ik wilde. Met vallen en opstaan, ja. Maar als ik opnieuw zou mogen beginnen, zou ik het zo weer doen. Zonder de ellende, graag. Want die heb ik ook meer dan genoeg meegemaakt. Maar verder? Alles precies zo.”

‘Weg is leuk voor even. Mijn hart ligt hier.’